Dit is de vierde uitvoering van het trekken van een lijn evenwijdig aan een andere lijn,
zoals beschreven op
bladzijde 131.
| gegeven de punten A, B en C | ||||
| gegeven punt C halverwege AD | ||||
| punt E in verlengde van AB met AB=BE | x | x | ||
| punt I op DE met EI=BC | x | |||
| trek lijn CI (die is evenwijdig aan AB) | x | |||
| Constructie | 0 | 2 | 2 | 0 |