Geogebra appletGebruik de applet om de schets van bladzijde 310 te onderzoeken.
De applet lijkt op die van webpagina 307. Experimenteer eerst met
Geogebra appletDeze applet hoort bij bladzijde 310 van de Van de Tuych-werckelicke beschrijving der Kegel-sneden op een vlack van Frans van Schooten. Hieronder staat een uitgebreide toelichting hoe de applet precies werkt. Kies centrum A en punt L: AL is dan de helft van dwarse zijde LI.
Verplaats punt b langs asymptoot AD.
Lijn bε is evenwijdig aan lijn AM
en punt ε ligt op lijn bE.
Het spoor van punt ε is een hyperbool.
Via spiegeling in lijn AE wordt punt e getekend.
Resultaat is de blauwe hyperbool eEε.
Gebruik de reset-button rechtsboven om de applet overnieuw te starten in de uitgangspositie.
SchetsAlle afbeeldingen worden vergroot door er op te klikken. Voor de verschillende bewijsstappen zijn aparte afbeeldingen gemaakt waarin de relevante lijnen geaccentueerd zijn. Omdat de kwaliteit van het drukwerk van het oorspronkelijke werk uit 1646, De Organica Conicarum Sectionum In Plano Descriptione, … beter is dan dat van de Mathematische Oeffeningen, staat hieronder een schets uit de De Organica Conicarum Sectionum.
VerwijzingenGebruik is gemaakt van onderstaande literatuur en internetbronnen als PDF's.
|
||||||
|
Applet Het instrument werd door Van Schooten op bladzijde 311 behandeld in VII Hoofdstuk. In Moderne Wiskunde editie 10 ontbreekt dit instrument in de ICT paragraaf van keuzeblok 2 van wiskunde B deel 3 voor 6 vwo. Hieronder staat een applet die de linkerhyperbooltak tekent. Door de prikpennen te verplaatsen kan de applet ook de rechterhyperbooltak tekenen. Probeer ook de geconjugeerde hyperbooltakken te tekenen! |
|
transcriptie | uitleg bij de transcriptie | extra uitleg | |||||||||||||||||||||||||||
9
| Byvoegsel. Gelijkerwijs onder het geslacht der Ellipsen de Cirkel mede begrepen, en voor een seeckere soort derselve aengenomen kan worden; te weeten, in welcke de dwersche sijde so groot is als de rechte sijde: so kan het insgelijcx geschieden datter onder het geslacht der Hyperbolen een seeckere soort bepaelt worde, die de simpelste van alle zy, en waer mede men alle de andre kan vergelijcken, dat is, in welcks de dwersche en rechte sijde, d'een d'ander gelijck zijn. | Zoals de cirkel een bijzondere vorm is van de ellips, zo bestaat er ook een bijzondere vorm van de hyperbool. Dat is de hyperbool waarvan de parameter en de nevenas even lang zijn. ![]() | De begrippen "syde" en "asse" zijn beslist geen synoniemen. In onderstaande tekening is lijnstuk KQ toegevoegd, overeenkomstig bladzijde 288. KQ is de "latus rectum", door Van Schooten ook wel "voornaemste rechte syde" genoemd. Frans van Schooten suggereerde in zijn tekening dat lijn EK de symmetrieas is, maar schreef niet expliciet dat lijn EK loodrecht staat op lijn enε of LI. Pas in stap 17 schreef hij dat bovenstaande niet alleen geldt voor ook de "assen", maar ook voor de "diameters", dus voor iedere middellijn. | ||||||||||||||||||||||||||
10
| Hierom gelijck het dan in het Byvougsel des 2den hooft-stucks te pas gekomen is, dat wy aldaer aenmerckten wat bescheyt daer was tussen een Ellipsis en Circkel, belangende haer superficie: so sullen wy hier van gelijcken doen, vergelijckende eenige figuer besloten van een rechte liny en een gedeelte van een Hyperbola met een andre figuer, die mede van een rechte liny en een gedeelte van een Hyperbola besloten is, waer van de rechte en dwersche sijde even groot zijn: nademael het selve tot noch toe van niemant (mijns weetens) aengemerckt is. Het woord superficie betekent oppervlakte. | Op dezelfde manier als waarop in II Hoofdstuk de oppervlakte van een ellipssegment vergeleken was met de oppervlakte van de bijbehorende cirkelsegmenten, zo wordt hier de oppervlakte van hyperboolsegmenten bestudeerd. | Van Schooten dacht dat hij iets nieuws ontdekt had. We volgen zijn bewijs. | ||||||||||||||||||||||||||
11
| Sij dan εEe een figuur besloten van een rechte liny als εe en een gedeelte van een Hyperbola, so 't valt, welkers dwersche asse sy EK, en rechte LI. Mede zo liet iEy een ander figuer wesen, besloten van een rechte liny, als iy, en een gedeelte van een Hyperbola, als iEy, wiens rechte en dwersche sijde even groot zijn, en yder gelijck aen de dwersche sijde EK des figuers εEe. Dan sal ingelijcx, als in de Ellipsis, de figuur εEe tot de figuer iEy sodanige reden hebben, als de rechte asse LI heeft tot de dwersche EK. | Gegeven zijn twee hyperbolen:
![]() | In het latijn hanteerde Frans van Schooten de juiste latijnse namen: (zie De Organica Conicarum Sectionum) | ||||||||||||||||||||||||||
12
| Want aengesien εe en iy van de asse EK in n in tween gelijck gedeelt worden, so sal a in de figuer εEe de rechte sijde zijn tot de dwersche, als 't quadraet nε tottet vierkant KnE. Nu om dat de tweede asse LI de middel-even-reednige is tussen de sijden des figuers εEe: so sal b de rechte sijde zijn tot de dwersche, als't quadraet LI tottet quadraet EK. Weshalven dan c 't quadraet nε tottet vierkant KnE is, als het quadraet LI tottet quadraet EK. | Lijn nEK snijdt de lijnstukken εe en iy middendoor. In driehoek εEe is volgens Apollonius a
Omdat LI de middelevenredige is, dat wil zeggen
en dus KQ × EK = LI² daarom b
en dus c
| Volgens Apollonius is
(zie uitleg bij propositie 21), waarbij PL de derde evenredige is, oftewel de "latus rectum" (zie uitleg bij propositie 15). b: c: | ||||||||||||||||||||||||||
13
| d En also de syden des figuers iEy even-groot zijn, en yder derselve gelijck aen de dwersche syde EK des figuers εEe: soo volgt dattet quadraet ni aen het vierkant KnE gelijck is; | Omdat hyperboolsegment iEy zodanig is geconstrueerd d dat rechte zijde = dwarse zijde = EK daarom ni² = Kn × nE. | In hyperbool iEy gelden dezelfde vergelijkingen als bij stap 12, maar bij deze bijzondere hyperbool ontstaat de vergelijking:
| ||||||||||||||||||||||||||
14
| en dat dienvolgende het quadraet nε tottet vierkant KnE dat is e tottet quadraet ni is, als het quadraet LI tottet quadraet EK; | Omdat nε² = Kn × nE (stap 13) daarom e
| e: | ||||||||||||||||||||||||||
15
| en dat derhalven oock f nε tot ni is, als LI tot EK. | derhalve f
![]() | f: | ||||||||||||||||||||||||||
16
| En also dit in't oneyndig blijckt van alle andere linien als εe en yi, die van de asse EK in yder figuer in tween gelijck gedeelt vvorden: soo volgt g dat de figuer εEe tot de figuer iEy is, als de rechte asse LI tot de dwersche EK. Gelijck voorgestelt was. | Dit bewijs is niet alleen geldig voor het gegeven punt n, maar voor willekeurig ieder punt n (en daar zijn er oneindig veel van). Conclusie is:
| |||||||||||||||||||||||||||
17
| Wyders alsoo dit niet alleen plaets en heeft ten opsicht van de assen, gelijckerwijs 't selve hier voor-gestelt is geweest; maer oock ten opsicht van alle andere diameters, gelijck uyt het Bewijs kan afgenomen worden: echter gemerckt wy hier in by na deselve ordre hebben soecken te volgen, als wy in de Ellipsis, gedaen hebben; en vvy aldaer ghetoont hebben met vvat rechte figueer, begreepen van een rechte liny en een gedeelte des omtrecks eener Ellipsis, yder scheeve figuer, insgelijcx van een rechte en een gedeelte des omtrecks eener Ellipsis besloten, over een quam: so hebben wy oock hier geacht wel te sullen doen, indien vvy van gelijcken toonden, met vvat rechte figuer, besloten van een rechte liny en een gedeelte eener Hyperbole, yder scheve figuer, insgelijcx van een rechte liny en een gedeelte eener Hyperbole besloten, over een quam. | Frans van Schooten suggereerde in zijn tekening dat lijn EK de symmetrieas is, maar schreef niet expliciet dat lijn EK loodrecht staat op lijn enε of LI. Hier schreef hij pas dat bovenstaande bewijs bedoeld was voor de "assen", maar dat het bewijs ook op ging voor "diameters", dus voor iedere middellijn. | |||||||||||||||||||||||||||
18
| Sy dan εEe een scheeve figuer, besloten van de rechte εe en een ghedeelte der Hyperbola εEe, vviens dwersche sijde zy LI, en rechte KQ; ofte vviens dwersche diameter zy EK, en rechte met dese t'samen-gaende LI. Ghetrocken hebbende uyt E en K over-handts de linien EM en KP even-wijdig met den diameter LI; en hier na door 't centrum A de liny PAM rechthoeckig op εe, snijdende EM en KP in M en P, maer εe in m; * soo men vvyders om PM, als dwersche asse, en LI als rechte, beschrijft de Hyperbole TMf, de welcke van εe doorsneden wordt, of na dat deselve tot d'een of d'ander sijde is verlengt tot in T en f: dan sal de figuer εEe aen de figuer TMf gelijck zijn. | Gegeven zijn:
![]() | Niet expliciet genoemd is dat:
en omdat
| ||||||||||||||||||||||||||
19
| Want aengesien εe van den diameter EK in de figuer εEe in tween gelijck gedeelt vvort: soo sal h de rechte syde KQ zijn tot de dwersche KE, ofte i het quadraet LI tottet quadraet KE, ofte oock k 't quadraet AI tottet quadraet AE zijn, als het quadraet He tottet vierkant KHE. | Omdat
| i: k: Deze redenering komt terug in stap 27. | ||||||||||||||||||||||||||
20
| Mede also KP, ME, en mH l even-wydig zijn, so sal oock m AE tot EH zijn, als AM tot Mm; | Omdat door de constructie KP // ME // mH daarom
![]() | m: En vooruitlopend op stap 25:
| ||||||||||||||||||||||||||
21
| dat is, neemende het dobbel der voorgaende, so sal KE tot HE zijn, als PM tot Mm; | Omdat KE = 2 × AE en PM = 2 × AM daarom
| |||||||||||||||||||||||||||
22
| en vergadert n KH tot HE, als Pm tot mM. | Omdat KH = KE + EH en Pm = PM + mM. daarom n
![]() | n: En vooruitlopend op stap 25:
dus
| ||||||||||||||||||||||||||
23
| Nu is o KH tot HE, als het vierkant KHE tottet quadraet HE; en Pm tot mM, als't vierkant PmM tottet quadraet mM. | Teller en noemer vermenigvuldigen met HE, dan wel mM geeft
| o: | ||||||||||||||||||||||||||
24
| Waerom dan oock p het vierkant KHE tottet quadraet HE is, alsset vierkant PmM tottet quadraet mM; | Uit stap 22 en stap 23 volgt:
| p: | ||||||||||||||||||||||||||
25
| en overandert q 'tvierkant KHE tottet vierkant PmM, alsset quadraet HE tottet quadraet mM, of als 't quadraet AE tottet quadraet AM. | Omdat
daarom
Omdat
daarom
| q: | ||||||||||||||||||||||||||
26
| Maer aengesien betoont is, dattet quadraet He is tottet vierkant KHE, alsset quadraet AI tottet quadraet AE: so sal mede gelijckstemmig r het quadraet He zijn tottet vierkant PmM, als 'tquadraet AI tottet quadraet AM. | Omdat
en omdat
daarom
| r: | ||||||||||||||||||||||||||
27
| Nu also in de figuer TMf insgelijcx, als boven, het quadraet mf is tottet vierkant PmM, alsset quadraet AI tottet quadraet AM: so sal oock s het quadraet He zijn tottet vierkant PmM, alsset quadraet mf tottet vierkant PmM. | Omdat
en
daarom s
| s: Analoog aan stap 19
| ||||||||||||||||||||||||||
28
| Waer uyt dan volgt, t dattet quadraet He aen het quadraet mf gelijck is, en dat dienvolgens mede de linien He en mf, als oock haer dobbel εe en Tf even lanck zijn. | … dus He² = mf² dus He = mf en omdat εe = 2 × He en Tf = 2 × mf daarom εe = Tf. ![]() | t: | ||||||||||||||||||||||||||
29
| 't Selve blijckt mede in't oneyndig van alle andre linien εe en Tf, die van de diameter KE en PM in yder figuer in tween gelijck gedeelt vvorden. Weshalven dan openbaer is u dat de scheeve figuer εEe aen de rechte TMf gelijck is. Gelijck voorgestelt vvas. | Dit bewijs is niet alleen geldig voor het gegeven punt ε, maar voor willekeurig ieder punt ε (en daar zijn er oneindig veel van).
![]() | |||||||||||||||||||||||||||


