in't oneyndig verlengt zy / soo neemt daer toe dan een dobbele liniael die tot yder syde oneyndig uyt-gestreckt is / en laten de voorseyde linialen tot haer eynden L en M doorboort worden / sulcx datm'er pennetjens in laten kan / van de dickte als de grouf der liniael CD. Nu sal't oorbaer wesen dat men dese pennetjens onder met een plaetjen / en boven als een schroefjen maecke; sulcx datmen die niet alleen / om dese vier linialen by malkander te houden / gebruycken kan; maer oock om daer boven op de geseyde dobbele liniael / na datmen die alle om het voorsz schroefjen ghedaen heeft / door een

tweede plaetjen / met een gaetjen doorboort zijnde / vast te hechten. Het welck dan alles door vlijtige aenmercking der figueren klaerder verstaen wort / als datmen'tselve met veele woorden nauw-keurig soude willen verklaren. Eyndelijck sal't nodig wesen / datmen om dese dobbele liniael LM twee vierkante ringetjens doe / als O en N, dewelcke deselve vast besluytende / oock / soo't ndig is / wyder uyt verschoven konnen worden / maeckende dat de opening / dieder hier door tussen beyden gelaten wort / een grouf vertoone van deselve breette als die van de liniael CD. Want hier door altijt gebeuren sal / dat / soo men een rechte liny verdenckt / gaende door 't midden van dese grouf / dewelcke in 't oneyndig uyt-gestreckt zy / deselve geduerig

oock