|
|
|
|
||||||||||||||
Duytsche MathematiqueFrans Senior, Frans Junior en Petrus (ook wel Pieter genoemd) van Schooten waren docent aan de "Duytsche Mathematique". Ze gaven zowel wiskunde als vestingbouw. Frans Senior noemde zich "professor der fortificatien ende dependerende scientien". Wie hen alleen beoordeelt op hun bijdrage aan de wiskunde doet hen tekort. In de militair-historische literatuur wordt bij de totstandkoming van de "Duytsche Mathematique" gewezen op het geringe aantal ingenieurs waarover Prins Maurits beschikte. Scholten* stelt dat in 1594 Prins Maurits er slechts vier had (en dat het er na gevechtshandelingen wel eens minder konden zijn). Daarom moesten er meer landmeters en ingenieurs komen. Die konden de theorie leren op de Duytsche Mathematique in Leiden en vervolgens een examen afleggen. Lucratieve handelIngenieurs werkten in opdracht van Prins Maurits of, later, Prins Frederik Hendrik, of in opdracht van een stad, een waterschap of een gewest. Een aardige bijverdienste was het achteraf maken van een kaart met het verloop van de strijd. Fraaie kaarten zijn los verkocht of opgenomen in gedenkboeken of atlassen. Het auteurschap was destijds anders geregeld dan nu. Het privilege om te verdienen aan een kaart was soms plaatselijk en vaak tijdelijk. Zo staan onder vrijwel identieke kaarten van Grol de ene keer de naam van Theodorus Niels en de andere keer die van Frans van Schooten*. IdentificatieVerwarrend is dat in de achttiende en negentiende eeuw namen door elkaar gehaald zijn.
Zo schreef Bordes*
"Professor Schotel of Schooten, waarschijnlijk Bernardus Schotanus"*.
In archieven worden namen verschillend gespeld, "Schoten" dan wel "Schooten".
Sommige kaarten zijn gesigneerd, beschreven en gedigitaliseerd, maar andere zijn anoniem, zonder toelichting en nog niet gedigitaliseerd.
Nieuwe vondsten zijn dus niet uitgesloten!
Fockema Andreae schrijft in Geschiedenis der Kartografie van Nederland:
De kaarten die tijdens het eerste gedeelte van Prins Maurits' oorlogsvoering in verband
met de krijgsverrichtingen verschenen droegen meest nog een picturaal karakter en verhieven
het peil der geografische kennis niet boven hetgeen reeds door Jacob van Deventer en Christiaans
Grooten was gegeven.
|
||||||||||||||||
|
De universiteit Leiden was eigenaar van landerijen van voormalige kloosters. Molhuysen heeft in Bronnen tot de geschiedenis der Leidsche Universiteit een besluit van 6 november 1611 opgenomen: C. en B. besluiten de Universiteits-landen te doen "carteeren ende meeten". In het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) wordt geschreven over een kaart van de landerijen van leidsche kloosters aan den dijk in Abcoude. Cornelis de Waard schrijft: SCHOOTEN (Frans van) (1), geb. te Nieuwkerke in West-Vlaanderen in 1581 of 1582, gest. te Leiden 11 Dec. 1645, was een zoon van den bakker Frans van S. of Verschooten, die 4 Mei 1584 te Leiden poorter werd en daar in 1597 een huis op de Garenmarkt kocht, waarbij tevens blijkt, dat hij een broeder Jan had. Onze van S. (zie voor zijn broeder Joris het art. hieronder) studeerde onder van Ceulen (kol. 291) of Jan Pietersz. Dou (dl. II, kol. 406) voor landmeter en wordt als zoodanig genoemd als hij, vergezeld van zijn vader, 2 Jan. 1609, te Leiden ondertrouwt met Jannetje Hermansd. van Hoogervorst uit Delft. Na den dood van Ludolf van Ceulen werd hij in Apr. 1611 gemachtigd om aan de door Maurits opgerichte en aan de universiteit verbonden ingenieursschool de wiskundige lessen te geven, welke daar in het Hollandsch werden onderwezen. Ondanks de sollicitatie, sinds Febr. 1612, van Sam. Marolois (dl. II, kol. 873) werd hij gecontinueerd en is in genoemde functie, oud 30 of 31 jaren, op 15 Febr. 1612 als student aan de hoogeschool ingeschreven. Uit dit jaar is ook een door hem in kleuren geteekende kaart van landerijen van leidsche kloosters aan den dijk in Abcoude bewaard gebleven (Catal. van de Prentenverzameling te Leiden, 3e Afd. (1907), no. 8599). |
| |||||||||||||||
|
De opname komt uit de Beeldbank Regionaal Archief Leiden. Op de kaart staan twee teksten. De bovenste tekst is onmiskenbaar het handschrift van Frans Senior, de tekst rechts bestaat uit twee handschriften. De onderste regels wijken af van de bovenste, maar de onderste lijken des te meer op die uit de kop. Caerte van een Stuck lands, Geleegen in de heerlickheyt van Abcoude, Also het selve Inden jare Sestien-hondert- en-twaalf den 21 mey, Gemeeten, ende gesepareert is, van een gemeen stuck lands, toebehoren aan deen sijde de universiteit tot Leyden, ende aen dander syde den Ontfanger Cornelis vanderpol Also dat des voornoemde Ontfangers deel moest hondert roeden meerder syn, als van de universiteit voorn, welcke na behooren gedaen, is tselve der universiteit groot bevonden te sijn, twee morgen vier hondt, en vier-en-veertich roeden. Ick onderscg. gesworen landmeter, bekenne afgemeten en[de] gesepareert te hebben een stuck lads geleegen in[de] heerlickheyt van abcoude int sticht van utrecht toecomende de universiteyt tot leysen, welcke voors. stuck (na beho*rlicke seperatie te weeten dat de rest most hondert roeden meer inhouden alst voorn. stuck) heb tselve groot bevonde, twee morgen vier hondt vier-en-veertich roeden By my Frans van Schoten |
||||||||||||||||
|
In 1622 weerstaat Bergen op Zoom de Spaanse belegering.
Na afloop is een kaart gemaakt door Frans van Schooten Senior.
Deze kaart is door Blaeu opgenomen in Hugo de Groot's Grollae Obsidio en later in zijn atlassen.
Donkersloot-de Vrij schrijft over deze kaart het volgende in "Topografische kaarten van Nederland vóór 1750". Ook verwijst ze naar kaartenverzameling afd Markiezaat van Bergen op Zoom , kaart zonder nummer (aanwinst 1902 nr 23).
555 blw. 14 KAERTE VERTONENDE DE GRONT TEYCKINGEN
DER STEDEN BERGEN OP DEN ZOOM, STEENBERGEN MET DE
OMLEGGENDE FORTEN, WATEREN, MORASSEN DIJCKEN &CT.
TUSSCHEN ENDE OMTRENT DE SELVE GELEGEN ...
door Frans van Schoten, professor der fortificatien te Leiden,
sept. 1628
ms., gekleurd, 80 X 214 cm.
schaal ca. 1 : 7000, het noorden rechtsboven
Fockema Andreae schrijft in Geschiedenis der Kartografie van Nederland:
Een uitzondering vormt dit kaart van de door indundatie en forten versterkte linie
tusschen Bergen op Zoom en Steenbergen, welke tijdens het beleg der eerstgenoemde stad
(1622) door professor Frans van Schooten uit Leiden "ad amussim", dus volgens het meetsnoer,
bij opmeting, vervaardigd. Een tamelijk kleine kaart, op de schaal van c. 1 : 27.000
slechts een half vel folio beslaand 4. Maar belangrijk van inhoud, door haar sobere en exacte
terreinteekening, èn door het hoofdnet van driehoekszijden dat hierop is getrokken. Van
Schooten kon hier aansluiten bij zijn ambtgenoot Willebrord Snellius, die immers kort te voren
het driehoeksnet van Alkmaar tot Bergen op Zoom had tot stand gebracht teneinde
door meting van een breedtegraad den omtrek der aarde nauwkeuriger vast te stellen.
|
collectie Bodel Nijenhuis In 1622 is tijdens het beleg van Bergen op Zoom in opdracht van Spinola (Spaans) een hoogtekaart gemaakt. | |||||||||||||||
Beleg van Grol 1627In 1627 belegerde Prins Frederik Hendrik de vesting Grol. Jaren eerder was Grol veroverd, heroverd, etc. Indrukwekkend was de manier waarop Prins Frederik Hendrik de stad hermetische afgrendelde, pogingen tot ontzet verijdelde en via loopgraven de stad zo dicht naderde dat zij zich overgaf. Prins Frederik Hendrik werd als een held vereerd.
Verschillende kaarten zijn er van het beleg van Grol. Om te beginnen is er een geografisch getrouwe manuscriptkaart (anoniem). Ook zijn er verschillende kaarten die hier nauw verwant mee zijn. Deze kaarten zijn bijvoorbeeld opgenomen in boeken. Bijzonder is dat deze kaarten verschillende namen dragen: de naam Frans van Schooten of de naam Theodoor Niels. Ander kaarten zijn duitstalig of in het Latijn. Een kaart is ook opgenomen in de stedenatlas van Blaeu. Onderstaande tekst is geciteerd uit Pluijm. Van de belegering van Grol door Frederik Hendrik werden door meerdere uitgevers kaarten op de markt gebracht hetzij als losse kaart hetzij ingebonden in geschiedenisboeken. Globaal kan men daar drie categorieën in onderscheiden. De belangrijksten van deze drie werden door het atelier van Blaeu uitgegeven of later van de Blaeu-kaarten afgeleid (pag. 106 t/m 113). Zeldzamer maar zeker ook belangrijk zijn de kaarten die Hondius uitgaf (pag. 116 t/m 121). Tenslotte is daar de serie waarvan het begin ligt bij Claes Jansz. Visscher, die een kaart vervaardigde op basis van door Danckerts de Rij aangeleverde gegevens. Deze kaart was de basis voor de kaarten in sommige latere uitgaven, onder andere bij Commelin (pag. 122 t/m 133). |
Frederik Hendrik verovert Groenlo Door Ferry Broshuis is een spannend boek geschreven bij de illustraties van Joep van der Pluijm. | |||||||||||||||
Beleg van Grol 1627 (manuscriptkaart)Hieronder staat een manuscriptkaart.
Dit zou de oudste kaart zijn.
Opvallend is het hokjes raster.
| ||||||||||||||||
|
Onderstaande tekst is geciteerd uit De Vries.
De verovering van Groenlo in de zomer van 1627 was
van de eerste wapenfeiten van Frederik Hendrik
nadat hij Maurits als stadhouder en opperbevelhebber
van het leger was opgevolgd. Hij werd daarbij geholpen
door Ernst Casimir, de stadhouder van Friesland
en Groningen, die al op een lange en voortreffelijke
staat van dienst als veldheer kon terugzien. De kaart
toont ons hun beider legerkampen, vanwaaruit de
omsingeling van de stad werd aangelegd.
Onderstaande tekst is geciteerd uit Pluijm. Bodel Nijenhuis nam deze manuscriptkaart in zijn verzameling op en maakte daarop via een aantekening zijn vermoeden kenbaar, dat Frans van Schooten deze tekening voor het vervaardigen van de kopergravure "Grolla obsessa et expugnata " aan Blaeu had geleverd. D. de Vries schreef in 1989, als conservator van de collectie Bodel Nijenhuis, in zijn publikatie 'Kaarten met geschiedenis' over deze kaart: "Bodel Nijenhuis schrijft deze manuscriptkaart in de marge toe aan de Leidse hoogleraar in de vestingbouwkunde Frans van Schooten, die zich 's zomers, wanneer er geen colleges werden gegeven, als militair ingenieur bij het leger voegde. De overeenkomsten met het gegraveerde belegeringsplan uit Hugo de Groots Grollae obsidio, dat in 1629 bij Willem Blaeu verscheen, zijn evenwel evident, dat een toeschrijving aan Theodorus Niels, die daarop als auteur wordt vermeld, meer voor de hand ligt. Blijkens deze kaart, die later ook door Joan Blaeu in zijn stedenatlas werd opgenomen, heeft Niels de metingen "in castris", dus in het legerkamp verricht. Ook wordt daar verteld, dat hem als lid van de staf van Frederik Hendrik de "portefeuille" van de fortificaties werd toegewezen". De Vries verschilde dus duidelijk van mening met Bodel Nijenhuis. De uit 1627 daterende manuscriptkaart van pagina 105 bevat de topografische gegevens zoals die of door Van Schooten, of door Niels dan wel door beide in het legerkamp zijn opgetekend. Wie deze grote manuscriptkaart ook mag hebben getekend, het is de meest betrouwbare weergave van de situatie tijdens de belegering van Grol door Frederik Hendrik in 1627. Vast staat dat de kaarten uit het atelier van Blaeu (en waarschijnlijk ook die van Hondius) daarvan zijn afgeleid. Hieronder staat een uitvergroting van de aantekening. |
Transcripties van "Hugo de Groots Beleegeringh der stadt Grol" zijn verzorgd door G. Nijs (g.nijs@chello.nl) op Lees verder op Lees verder op Bodel Nijenhuis / Universiteitsbibliotheek Leiden Witte Singel 27, 2300 RA Leiden +31-(0)71-527 2855 | |||||||||||||||
|
Drie verschillende namen Op vrijwel identieke kaarten staan drie verschillende namen als landmeter en driemaal de naam van Guiljemus Blaeuw. Frans van Schooten De naam van de drukker is Guiljelmus Blaeuw. Bekijk een vergroting in hoge resolutie. van Ylen De naam van de drukker is Guiljelmus Blaeuw. Theodorus Niels De naam van de drukker is Guiljelmus Blaeuw, dan wel Jan Blaeu. |
Beleg van Grol 1627 (Frans van Schooten)Op onderstaande kaart staat de naam van Frans van Schooten.
Deze kaart lijkt heel veel op de volgende kaart waarop de naam van Theodorus Niels staat.
Onderstaande tekst is geciteerd uit Pluijm. In ballingschap te Parijs wonend beschreef Hugo de Groot de geschiedenis van de belegering en verovering van Grol in zijn Grollae obsidio. Het in het Latijn gestelde boek verscheen bij Willem Blaeu te Amsterdam in 1629. Er moet echter reeds vóór 1629 een dergelijke kaart zijn uitgegeven. Bij de voorbereiding van de uitgave van zijn boek Grollae obsidio schreef Hugo de Groot daar immers, in een brief van 4 februari 1628 aan zijn zwager Nicolaes van Reigersberch, over: "Nopende Grol, ick heb uE. voor desen geadviseert, dat daer een caerte van is gemaeckt tot Amsterdam, dye wel gemaeckt is." Blijft de vraag waarom de kaart in Grollae obsidio dan aan Niels werd toegeschreven. We kunnen hier slechts vermoedens uitspreken. Hugo de Groot schreef zijn geschiedenis van de belegering en verovering van Grol om daarmee Frederik Hendrik gunstig te stemmen in verband met een mogelijke terugkeer uit zijn balling schap te Parijs naar de Nederlanden. Hugo de Groot zou dan in de toeschrijving aan Niels de hand kunnen hebben gehad. Niels was militair ingenieur in het leger van Frederik Hendrik en het is daarom mogelijk dat Hugo de Groot het beter vond Niels op de kaart te vermelden dan daarop de naam van de Leidse hoogleraar Frans Van Schooten te handhaven. De toevoeging dat Niels tot de staf van de illustere prins ("Illustrissimum Principem") behoorde wijst zeker in die richting.
De publicatie van Grollae obsidio leidde voor Hugo de Groot niet tot het gewenste resultaat. Dat Frans van Schooten destijds de betreffende tekening had aangeleverd wordt mogelijk ook bevestigd door het feit, dat in de Nederlandse vertaling van het werk van Hugo de Groot, die in 1681 verscheen (alle direct betrokkenen waren inmiddels overleden), op een nagenoeg identieke kaart (pag. 110) het onderschrift verscheen: "In 't leeger afgetekent door Franciscus van Schooten, Professor der Mathematische konsten tot Leiden".
Onderstaande tekst is geciteerd uit Pluijm. De Bibliothèque National de France te Parijs beschikt over een door Willem Blaeu uitgegeven kaart, die identiek is aan en de zelfde afmetingen heeft als de afbeelding op pag. 107, waarop echter vermeld staat "In castris ad amussim delineavit Franciscus van Schooten Matheseos Professor in Academia LugdunoBatava" (In het legerkamp nauwkeurig getekend door Frans van Schooten, professor in de wiskunde aan de Universiteit van Leiden). In de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam liggen twee exemplaren, één zonder en één met de naam van Grotius en beide met niet ingekleurde kaarten waarop staat de naam van Frans van Schooten. Ook in de exemplaren van de bibliotheek van Utrecht zijn niet ingekleurde kaarten ingebonden met de naam van Frans van Schooten.
ConclusiesDe volgende conclusies kunnen getrokken worden.
|
Grollae obsidio Op books.google staan alleen incomplete scans zonder de relevante afbeelding.
stadsmuseum Groenlo Het stadsmuseum van Groenlo beschikt over een hoge resolute opname (200 MB). | ||||||||||||||
|
Onderstaande tekst komt uit Nellen, Hugo de Groot, een leven in strijd om de vrede, 1583-1645 : Minder succes had Grotius met een andere publicatie, Grollae obsidio.
De geschiedenis van dit boek is een treffend staaltje van de inspanningen die hij
zich getroostte om bij stadhouder Frederik Hendrik in het gevlij te komen.
Hij verzamelde
getuigenissen uit de eerste hand en zorgde voor illustratieve kaarten.
|
LIAS Lees het artikel The significance of Grollae Obsidio in the development of Grotius' relations with the fatherland. van Nellen. The Correspondence of Hugo Grotius Zoek in de uitgebreide correspondentie van Hugo de Groot. | |||||||||||||||
|
Onderstaande bijdrage is van P. van der Krogt: Jr. Vincent van Yl.em, luitenant in de comp. van Falckenhaen te Breda 1647-1649, luitenant van de garde van de Prins van Oranje, tr. 's-Gravenhage 21 dec. 1653 Maria Dedell, geb. 27 sept. 1607, (volgens Wittert van Hoogland,. Ned. Leeuw 1941, k. 449) dr. van Mr. Joost Dedel en Odilia Stalperf van der Wiele. | ||||||||||||||||
Beleg van Grol 1627 (Theodorus Niels)Op onderstaande kaart staat de naam van Theodorus Niels.
Deze kaart lijkt heel veel op de vorige kaart waar de naam van Frans van Schooten op staat
en de volgende kaart waarop ook de naam van Theodorus Niels staat.
Op DBNL staan verschillende verwijzingen naar Niels als succesvol ingenieur
Theodoor Niels was ingenieur van Z.E. en heeft in die hoedanigheid diensten bewezen bij het beleg van Maastricht. Hij schijnt in 1633 gestorven te zijn.
Schets van het beleg van 's Hertogenbosch in 1629, in 6 bladen, behalve nog zes bladen tekst waarvan de fortificatiën echter door Theodorus Niels, de figuren door Adriaan van der Venne, en het overige door S. Savri en onzen Berckenrode gegraveerd zijn. [Niels, (Theodorus, of Dirck)] NIELS, (Theodorus, of Dirck) een Ingenieur, die zich, bij het beleg van 's Hertogenbosch, in 1629, zeer had onderscheiden, en, op grond daarvan, zich om eene bijzondere belooning tot 's Lands regering wende, zooals uit de Resolutiën der Staten-Generaal, 30 April, 1630, blijkt: "Opt versoeck van theodorus niels, Ingenieur, is hem vereert een gouden Medaille ter weerde van hondert ende veerthien guldens, in regardt van zyne goede diensten, gedurende 't belegh van 's Hertogenbossche extraordinarie gedaen, ende zal dselve Medaille hem by den Ontfanger-generael verhantreyckt worden." - Dat hij een praktisch man was in dat vak, vind ik in een idem Resolutie van 7 December, 1629, bewezen: "Opt versoeck van dirck niels, ingenieur in dienste deser landen is hem geconsenteert ende geaccordeert Octroy cum solitis clausulis et poenis, voor den tyt van vier jaeren, van seeckere Caerte by hem door last van Syn Extie. gemaeckt van 't Belech der Stadt 's Hertogenbossche alleen te mogen laten drucken ende vercoopen." - Dat men destijds van alle dergelijke gebeurtenissen, als om strijd, de eerste wilde zijn, om daarvan afbeeldingen te verkoopen, en dat toen dikwijls in strijd met de wetlijke bepalingen daaromtrent gegeven, gehandeld werd, is mij gebleken uit cornelis danckerts, Plaatsnijder, te Amsterdam, die voor dezelfde voorstelling ook octrooi had verkregen, onder bepaling, dat hij zijne kaart niet eerder dan die van niels mogt doen verschijnen. Doch danckerts was met de zijne veel vroeger gereed, en had de onvoorzigtigheid op zijne prenten te zetten met privilegie van hare Ho. Mo. niels klaagde hem aan, danckerts werd streng vervolgd en al de kaarten met dat Privilegie werden opgehaald en verbeurd verklaard. - Zie idem Resolutie, 22 Mei, 1630, en 8 Junij, 1630. |
stadsmuseum Groenlo Het stadsmuseum van Groenlo beschikt over een hoge resolute opname (200 MB). Atlas Blaeu De bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam heeft een digitale versie van een atlas van Blaeu. | |||||||||||||||
Beleg van Grol 1627 (Theodorus Niels)In de stedenatlas van Blaeu staat een ingekleurde en bewerkte versie met grote overeenkomsten.
|
| |||||||||||||||
Beleg van Grol 1627 (Frans van Schooten Senior)Op deze kaart staat linksonder de naam van Frans van Schooten.
Met de hier afgebeelde kaart , die in 1681 in de Nederlandse vertaling van het boek van Hugo de Groot verscheen, werd de mogelijk oorspronkelijke tekenaar van deze kaart, Professor, Frans van Schooten, in ere hersteld. Deze vertaling van Grollae obsidio werd overigens niet bij Blaeu uitgegeven, maar te Amsterdam "By de Weduwe van Johan van Someren, Abraham Wolfgangh, Hendrik en Dirk Boom, Boek verkopers, 1681". In die tijd was het atelier van Blaeu al op zijn retour. Dat bij het vervaardigen van die gravure ook van de eerder in Grollae obsidio verschenen kaart gebruik werd gemaakt is evident. Een aantal verschillen met de bij Blaeu vervaardigde kaarten zijn waarschijnlijk het gevolg van de kleinere uitvoering (25,7 x 33,9), waardoor voor een aantal toevoegingen, zoals de legenda, te weinig plaats was, dan wel dat de letters zo klein zouden worden, dat ze moeilijk leesbaar zouden zijn. De opname is door Edward-Wells genomen uit Hugo de Groots Nederlandtsche Jaerboeken en Historien: "Beleg van Grol in den Jaeren MDCXXVII", Fransiscus van Schooten, 1681. Het betreft een ingekleurde kaart. Er zijn ook zwart/wit versies, bijvoorbeeld in de Bibliothèque National de France. De opname komt uit de collectie Stichting Menno van Coehoorn en draagt nummer 19269. |
Menno van Coehoorn Stichting Menno van Coehoorn Documentatiecentrum Mariaplaats 51, 3511 LM Utrecht 030 - 231 22 30 Bekijk een vergroting in hoge resolutie. stadsmuseum Groenlo Het stadsmuseum van Groenlo beschikt over een hoge resolute opname (200 MB). Bodel Nijenhuis Volgens de omschrijving in de catalogus zou deze kaart ook aanwezig zijn onder nummer COLLBN Port 11 N 225. | |||||||||||||||
Beleg van Grol 1627 (anoniem)Deze anonieme kaart heeft een legenda in het latijn. |
stadsmuseum Groenlo Het stadsmuseum van Groenlo beschikt over een hoge resolute opname (200 MB). | |||||||||||||||
Beleg van Grol 1627De Nederlandstalige kaart is beschreven in het boek De vestingstad Grol in de kaart gekeken: topografisch historische atlas van Groenlo.
|
||||||||||||||||
Beleg van Grol 1627 (onbekend)Van onderstaande kaart is de maker onbekend.
In vergelijking met de andere is deze minder gedetailleerd.
|
| |||||||||||||||
Beleg van Grol 1627 (onbekend)Van onderstaande kaart is de maker onbekend.
|
| |||||||||||||||
Beleg van Grol 1627 (onbekend)Onderstaande anonieme kaart is spaanstalig.
|
| |||||||||||||||
Siege de Grole Anno 1627
Franstalige kaart
|
| |||||||||||||||
Beleg van Grol 1627 (onbekend)De kaart is beschreven in historischecartografie.nl
Pluijm schrijft het volgende over. De voorliggende kaart nu toont de vestingwerken van vóór 1614 met dien verstande dat in de lange noordoostzijde een zesde bastion is toegevoegd, dat daar nooit heeft gelegen. De ravelijnen zijn afwezig en ook De Slinge is hier reeds omgeleid. Daaruit ontstaat het vermoeden dat de tekenaar van deze kaart wel beschikte over informatie over die verbouwing, maar niet over een plattegrond daarvan en daarom gemakshalve van oudere kaarten is uitgegaan en daaraan het een en ander naar goeddunken heeft veranderd en toegevoegd.
|
| |||||||||||||||
Beleg van Grol 1627 (onbekend)De kaart is beschreven door Antiquariaat FORUM . FORTIFICATION.- Collection of 80 superbly executed maps and plans of fortifications, fortified towns and castles. Included are plans of fortifications and towns in the Netherlands (51), Germany (16), Italy (3), France (4), Poland (2), Belgium (2), Malta (1) and Brasil (1).
List of the maps (unless otherwise stated double page: ca. 417 x 535mm.):
|
Antiquariaat FORUM Dealers in rare and antiquarian books, prints, maps, manuscripts and drawings. Wie weet meer De atlas is te koop bij Antiquariaat FORUM. Foto's zijn welwillend ter beschikking gesteld door Antiquariaat FORUM. Informatie over de geschiedenis van de atlas en de kaarten is zeer welkom. | |||||||||||||||
Utrecht (1629)Deze anonieme kaart is gecatalogiseerd als een schetskaart van de stad Utrecht en de omliggende versterkingen en gedateerd op 1629.
GAU TA Da 1.1
GAU TA Da 1.2
GAU TA Da 1.3
GAU TA Da 1.6.2
Taverne schrijft in In 't land van belofte
Hoe kwetsbaar de irregulier versterkte stad, met bovendien allerlei
voorsteden en buiten betimmeringen, was, bleek in 1629 toen zij na de
bezetting van Amersfoort door de vijand serieus bedreigd werd. De
verwarring, chaos en ruzie betreffende de financiering van de hoogst
noodzakelijke aanvullende verdedigingswerken zijn illustratief voor de
besluiteloosheid die tegelijk de grootste hinderpaal was bij het uitleggen
van de stad.
In voetnoot 19 verwijst Taverne naar blz 116 uit De verdediging van Nederland in 1629 van J.P. de Bordes. Bordes schrijft daar:
De werken om Utrecht werden uitgebakend door drie ongenieurs,
door de regering van Leyden op verzoek der Ged. Staten gezonden, en ten overstaan van acht leden uit de Vroedschap van Utrecht.
Op bladzijde 129 noemt Bordes dezelfde Gerstecoorn en een zekere Schouten, mogelijk een verwijzing naar Van Schooten. De ingenieurs Schouten en Gerstecoorn vergezelden die afgevaardigden, ten einde Frederik Hendrik in t elichten omtrent de gemaakte en door hen aangelegde werken, en zoo mogelijk aan te toonen, dat Utrecht daardoor voldoende verzekerd was Res.Ged.St.Utr 12 en 13 Aug. |
De bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam heeft een digitale versie van een atlas van Blaeu.
| |||||||||||||||
Utrecht (1630)GAU TA Ab 62
Donkersloot schrijft in Kaarten van Utrecht:
De toelichting op het doel van de kaartvervaardiging in
het kader links is helaas onleesbaar. Met enige moeite is
nog te lezen dat de kaart gemaakt is 'door last en bevel
van Ed. H. Staten sLands van Utrecht ... oct. 1629 ... ' De
naam van de maker komt daar niet (meer) op voor, maar
dat Henrick Jz. Verstralen de auteur van de kaart is blijkt
uit de vroedschapsresoluties van 13 september 1630 waarin
staat dat hij f 30,- zal ontvangen voor het maken van
een kopie van 'seeckere caerte, die hij door last van de Ed.
Mo. Heeren Staten slants van Utrecht in septembri ende
octrobri 1629 gecarteert ende gemeeten hadde van de situatie
deser stadt met alle die buitenwercken tot fortificatie
van dyen, soo affgesteecken als eensdeels volmaeckt, mette
byleggende boomgaerden, weeg en ende steegen' .
Renes schrijft in Historische atlas van de stad Utrecht Bijgaande kaart toont een plan uit 1629 voor een nieuwe reeks vestingwerken die grote delen van de voorsteden zou beschermen. Dit fortificatieplan werd gemaakt in opdracht van de Staten van Utrecht, dus van het gewestelijke bestuur. De aanleiding was de toen bestaande oorlogssituatie, die ook leidde tot de aanleg van een voorganger van de Hollandse Waterlinie. De landmeter Hendrik Verstralen kreeg de uitdrukkelijke opdracht om het terrein gedetailleerd in kaart te brengen, met inbegrip van wegen, stegen en boomgaarden. | ||||||||||||||||
Frans van Schooten JuniorTaverne schrijft in In 't land van belofte Als illustratie van de verstarring, die geleidelijk aan in het theoretisch onderwijs te Leiden en elders sloop, kan dienen het niet onaardig geschreven boek van kapitein Ruse (1654). Ruse is, samen met de veel meer bekende Menno van Coehoorn, één van de belangrijkste vernieuwers van het Nederlandse vestingbouwkundig systeem. In zijn boek maakt hij onderscheid tussen ingenieurs "die by een goet vuer in 't hoexcken van den haert de Steden attacqueren" en hen die "gewoon waren te danssen na 't gespeel des Canons en Musquetten". Ruse keert zich vooral tegen de "onderdanen van Mathesis, welcke meynen dat den Oorlogh en alle saken ter weereld sich na hare regels onveranderlijck moeten voegen". |
Henrick Ruse was militair-ingenieur-vestingbouwer in dienst van vele Europese vorsten.
| |||||||||||||||
Utrecht (1660)Kaart van de ontworpen verdedigingswerken
Taverne schrijft in In 't land van belofte Meer dan dertig jaar waren de ouderwetse stenen muren en de enkele aarden bolwerken verwaarloosd; van buitenaf gezien leken de fortifikaties als beroofd van hun militaire karakter en overwoekerd door tuinen, bedrijfjes en vuilnisstortplaatsen. Buiten de architektonisch vaak fraai uitgedoste stadspoorten groeiden - tot schade van de huishouding en beveiliging van de stad - dichtbevolkte, voorsteden die niet gemakkelijk ontruimd konden worden. In deze omstandigheden zorgde de korte en snelle veldtocht van de Bisschop van Munster in 1665 - tenauwernood kon worden voorkomen "dat hij de IJssel overstak - voor ongekende paniek. Met het oog daarop werden in de loop van 1666 allerlei initiatieven genomen met betrekking tot de fortifikatiewerken rond de stad. In Leiden werd advies gevraagd van de pas benoemde professor Petrus van Schooten; tegelijk werd eenzelfde verzoek gedaan aan de Utrechtse hoogleraar Hugo Ruysch en vermoedelijk ook aan Bernard de Roy, landmeter-ingerneur van de Staten van Utrecht. Donkersloot schrijft in Kaarten van Utrecht
Afteyckeninge volgens welcke de Circumferentie der stadt
Uijtrecht met de weynichste Bolwercken, Op het sterkste soude
cunnen werden gefortificeert ende in volkoomen defensie gebracht
gedaan door Petrus van Schooten Prof. Math. in d'Universiteijt
tot Leyden', [1665/1666].
Handschrift in kleur, 58 X 88,5 cm.
Schaal ca I:3500 (2r,6 cm = 200 Rijnlandse roeden), het
noorden rechtsonder .
ARA VTH 35r7 (herkomst: kaartenverzameling Nassause
Domeinraad, gemengde stukken nr 34).
Het verschil van deze fortificatieplankaart met andere uit
dezelfde tijd (zie nr 95, 96, 98) is, dat met de toen ter
discussie staande stadsuitbreiding totaal geen rekening
werd gehouden. De versterking sluit vrijwel direct aan op
de stad. Er zijn twee fortificatiesystemen ingetekend:
r) de omwalling direct grenzend aan de bestaande stadsbuitengracht
met 25 bolwerken (waarin de oude bolwerken
zijn opgenomen); de Bemuurde Weerd valt er buiten.
2) een minder. duidelijk uitgewerkt systeem, iets verder
van de stad gelegen, waarin de Bemuurde Weerd is opgenomen,
met 27 bolwerken.
GAU TA Da 1.4
GAU TA Da 1.13
De Vries schrijft in Kaarten met geschiedenis bij een kaart van Hugo Ruijsch. In 1665 - tijdens de Tweede Engelse Oorlog - had men de bisschop van Munster, die onverwachts het oosten van het land was binnengevallen ternauwernood met Franse hulp bij de IJssel weten tegen te houden. De Utrechtse magistraat zag zich toen gedwongen ijlings maatregelen voor de verwaarloosde stadsverdediging te nemen, Kon men daarbij volstaan met het versterken van de bestaande stadsomwalling, zoals de te hulp geroepen Leidse hoogleraar Van Schoten adviseerde of moesten de vier voorsteden (bij de Weerd, buiten de Wittevrouwen- en Catharijnepoorten en langs de Vaartse Rijn) binnen een geheel nieuw aan te leggen ruime omwalling met achtentwintig bastions opgenomen worden, zoals op deze twee ontwerpen van Hugo Ruijsch te zien is? |
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) Op het gemeente-archief is van hem eene afteekening in kleuren van de fortificaties van Leiden (Cat. prentverz., 2e Afd. (1907), no. 869) en op het Rijksarchief een plan van de vestingwerken van Utrecht (Hingman, Inv. kaarten II, no. 3517). kaart is opgevraagd in collectie Hingman. collectie Universiteit Leiden In 1664 is door Hugo Ruysch een kaart verzorgd over het Plan Moreelse voor de uitbreiding van de stad Utrecht. | |||||||||||||||
Leiden
In de Beeldbank Regionaal Archief Leiden staat de volgende omschrijving:
|
||||||||||||||||
|
Gebruik gemaakt is van:
Overige Kaarten Beleegeringe vande stadt Hertogen Bosch
Wahreundeigentliche delineatio ... der vesten statt Hertzogenbusch ... / durch Iacobb Prempart
Nieuwe kaerte van Breda belegert door syne altesa Frederick Hendrick van Nassou prince van Orangien den 23 Iuly 1637
Belegering van Breda onderbeleyt des marquis Spinola begonnen den 27 augusti 1624
Breda obsessa et expugnata, armis Philippi IV regis hispaniarum, ductu Isabellae Clarae Eugeniae hispaniarum infantis, virtute Ambrosii Spinolae
Collectie Atlas Van Stolk
|