Inleiding
Op deze webpagina staat in het kort de relevante lesstof van Getal &
Ruimte.
Brugklas
Hoofdstuk 9 behandelt driehoeken en vierhoeken.
2 Havo / Vwo
Hoofdstuk 2 behandelt:
- Deellijn of bissectrice
op basis van rekenen aan hoeken
- Middelloodlijn
tekenen met de geodriehoek
met de eigenschap dat elk punt P op de middelloodlijn van het lijnstuk AB
even ver ligt van het punt A als van het punt B
met de eigenschap dat het snijpunt van de middelloodlijnen van een driehoek ABC
het centrum is van een omgeschreven cirkel die door de punten A, B en C gaat.
- Zwaartelijn
opmeten midden van de overstaande zijde en een lijn trekken naar het hoekpunt
- Z-hoeken
In een Z-figuur zijn twee lijnen evenwijdig en zijn de Z-hoeken gelijk
- F-hoeken
In een F-figuur zijn twee lijnen evenwijdig en zijn de F-hoeken gelijk
- Trapezium
Een trapezium is een vierhoek waarvan één paar overstaande zijden evenwijdig
is.
- oppervlakte van een driehoek is ½ × zijde ×
bijbehorende hoogte
- oppervlakte van een parallellogram is zijde × bijbehorende
hoogte
Vergrotingen en gelijkvormigheid
Extra stof voor VWO leerlingen in hoofdstuk 2:
- oppervlakte van een trapezium is ½ × som van evenwijdige
zijdes × bijbehorende hoogte
- bissectrice
constructie met een passer
met de eigenschap dat het snijpunt van de deellijnen van een driehoek ABC
het centrum is van een ingeschreven cirkel die door de punten A, B en C gaat.
Hoofdstuk 2 herhaalt:
- de som van de hoeken van een driehoek is 180°.
- overstaande hoeken zijn gelijk
- de symbolen voor rechte hoek en loodrechte hoek: ∟ , ⊥
- het symbool voor evenwijdigheid: //
- oppervlakte van een rechthoek is lengte × breedte
Hoofdstuk 6 behandelt de Stelling van Pythagoras en zijn omkering.
- in elke rechthoekige driehoek is de som van de kwadraten van de
rechthoekszijden gelijk aan het kwadraat van de schuine zijde.
- als de som van de kwadraten van twee zijden gelijk is aan het kwadraat van
de derde zijde, dan is de hoek tussen de twee zijden een rechte hoek en is
de derde zijde de schuine zijde.
-
Hoofdstuk 8 gaat over inhoud en vergroten.
- prisma
Een prisma heeft twee evenwijdige grensvlakken
- inhoud balk / prisma = oppervlakte grondvlak × hoogte
-
Vergrotingen en verkleiningen van driehoeken zijn geen onderdeel van de
lesstof.
Vergrotingen en gelijkvormigheid
3 Havo
Hoofdstuk 2 behandelt gelijkvormigheid:
- Kruisproduct en verhoudingstabel
- Gelijkvormige driehoeken
òf: de overeenkomstige drie hoeken zijn gelijk
òf: de overeenkomstige twee hoeken zijn gelijk
òf: de overeenkomstige zijden passen in een verhoudingstabel
- snavel- en zandloper figuur
Hoofdstuk 2 herhaalt:
- bij snijdende lijnen zijn de overstaande hoeken gelijk
- bij evenwijdige lijnen horen gelijke F-hoeken en Z-hoeken
Niet behandeld wordt onder welke andere voorwaarden sprake is van gelijke
driehoeken of van gelijkvormigheid.
Vergrotingen en gelijkvormigheid
3 Vwo
Hoofdstuk 2 behandelt gelijkvormigheid en het symbool daarvoor TEDOEN
De notatie voor hoeken is gebaseerd op nummering, bijvoorbeeld ∠A1.
Hoofdstuk 4 heet "Goniometrische Verhoudingen".
Hier komt op bladzijde 142 voor het eerste de notatie met drie letters voor een hoek:
∠PQR is de hoek in punt Q tussen de lijnen PQ en QR.
In deze hoeknotatie geeft de middelste letter het hoekpunt aan.
In hoofdstuk 7, "Goniometrie" is die notatie dominant.
Hoofdstuk 2 behandelt "stelling en bewijs" in het Vwo deel
als extra onderdeel:
- Euclides, de grondlegger van de meetkunde.
- stellingen: een eigenschap of een bewering die je kan bewijzen heet een
stelling.
Bij een stelling hoort een bewijs.
- stelling: in een driehoek is de som van de hoeken altijd 180°.
- stelling: in een vierhoek is de som van de hoeken altijd 360°.
- definitie: een middenparallel in een driehoek is een lijn die twee
middens van zijden met elkaar verbindt.
- stelling: een middenparallel is evenwijdig aan de derde zijde en
heeft als lengte de helft van die derde zijde.
- stelling: als de middens van de opeenvolgende zijden met elkaar verbonden
worden, dan zijn de verbonden middens een parallellogram.
- stelling: twee zwaartelijnen van een driehoek verdelen elkaar in
stukken die zich verhouden als 1 : 2
- stelling: de drie zwaartelijnen van een driehoek gaan door één en
hetzelfde punt.
stelling: als de punten A en B op een middellijn van een cirkel liggen,
dan geldt voor ieder punt C op de cirkel dat ∠ACB
= 90°. (omgekeerde stelling van Thales)
- stelling: als de punten A en B op een middellijn van een cirkel liggen,
dan geldt voor ieder punt C op de cirkel dat ∠BMC
= 2 × ∠MCA. (stelling
middelpunthoek en omtrekhoek).
Ook de VWO leerlingen krijgen niet behandeld onder welke andere voorwaarden
sprake is van gelijke driehoeken of van gelijkvormigheid.
Vergrotingen en gelijkvormigheid
Bijlage: Stelling van Thales
De Stelling van Thales staat op de examen formulekaart, samen met de
omgekeerde stelling. Opvallend is het verschil tussen Moderne Wiskunde en Getal
& Ruimte:
- Leerlingen die met Moderne Wiskunde werken, leren de stellingen zoals die
op de formulekaart staan verwoord.
- Leerlingen die met Getal & Ruimte werken, leren de stellingen precies
andersom
(vwo NT 6, editie 1999 pag 17).
Stelling van Thales
|
Als hoek C in driehoek ABC recht is, dan ligt punt C
op de cirkel met middellijn AB. |
Omgekeerde
stelling van Thales
|
Als C op de cirkel met middellijn AB ligt, dan is
driehoek ABC een driehoek die rechthoekig is in punt C. |