|
Brugklas De basis wordt gelegd. Verschillende driehoeken en vierhoeken worden benoemd, met aandacht voor hun eigenschappen en symmetrie. Hoeken worden uitgerekend. 2 havo/vwo Behandeld worden gelijkvormigheid, F- en Z-hoeken, de stelling van Pythagoras en construeren van meetkundige figuren. |
Gelijkvormigheid Gelijkvormigheid wordt in de onderbouw behandeld.
Figuren zijn gelijkvormig als je kunt aantonen dat aan één van de twee volgende voorwaarden voldaan is.
Congruentie Het woord congruentie wordt pas genoemd in de bovenbouw.
De verschillende vormen van congruentie krijgen daar hun naam en de bekende afkorting.
Congruente figuren zijn gelijkvormige figuren met vergrotingsfactor één.
De notatie: ∆ABC ≅ ∆DEF wordt op deze website niet gebruikt in de onderbouw opdrachten. Daar staat dat ∆ABC gelijk is aan ∆DEF of ∆ABC = ∆DEF. Vergrotingen Als de ene figuur een vergroting is van de andere figuur, dan zijn de figuren gelijkvormig.
De regels voor congruentie en vergroting zullen leerlingen ontdekken in alle opdrachten. |
Euclides Van Schooten verwijst op iedere bladzijde van zijn boek vele keren naar de proposities van Euclides. Op een aparte webpagina zijn alle verwijzingen uitgewerkt. | ||||||||||||||||||||||||
|
Proposities Bij Euclides is zijde-zijde-zijde propositie 8, zijde-hoek-zijde propositie 4, hoek-zijde-hoek is propositie 26. |
|
Moderne Wiskunde In het 2 Havo/Vwo boek staat dat driehoeken gelijkvormig zijn als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
|
|
Getal & Ruimte In het 3 Havo en 3 Vwo boek staan dat driehoeken gelijkvormig zijn als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
|
|