|
AB = AD = DE
|
|
| De som van de hoeken van een driehoek is twee maal een rechte hoek. |
| Zoek naar driehoeken met twee evenlange zijden. |
| De vergrotingsfactor is twee. |
| Een rechte lijn die twee evenwijdige lijnen snijdt maakt daar Z-hoeken mee. |
| Een rechte lijn die twee evenwijdige lijnen snijdt maakt daar F-hoeken mee. |
| Onderzoek alle gelijke hoeken ... |
| De deellijn is een symmetrielijn. |
| Zoek naar F-hoeken, want als twee lijnen gesneden worden door een derde lijn met gelijke F-hoeken, dan zijn die twee lijnen evenwijdig. |