Aen den voortreffelijcken Heer
myn heer
Petrus Chanut,
Raedt Ordinaris des Alder-Christelijcksten Konings in sijne Raedt van Staet, en President
der Tresorie van Vranckrijck tot Rion in Auvergne; voor desen Ambassadeur by de
Croon Sweden, en de Staten van de Ver-eenichde Nederlanden.
Voortreffelijcke Heer,
Gelijckerwijs in d'ondersoecking der waerheyt, welcke het eynde van alle weetenschap ende der zielen rechte voetsel is, geene weetenschappen de gemoederen der leerlingen, om die te verkrijgen, bequamer en geschicter maecken, dan die, dewelcke in het ondersoecken der waerheyt geduerich besigh zijnde, alle andre weetenschappen in openbare seeckerheyt overtreffen; also zijn oock de Wiskonsten, in welcke tot noch toe schier alleen volkomene bewijs-redenen zijn gevonden, behalven datse tot den welstant des levens seer nootwendig zijn, altijt hier toe ten hoochsten vorderlijck, en in grooter waerden by alle verresiende verstanden geoordeelt geweest. Want somen over-weegt, hoe datse van seer bekende dingen haer beginsel nemende ons in korten tot kennis van gantsch verborgene saecken komen te brengen, en also 't verstant van d'aerde gelijck als in den Hemel voeren: so is lichtelijck te besluyten, om wat reden d'Oude die, om het verstant noch swack in't oordelen zijnde leersaem te maecken, niet t'onrecht voor alle andre weetenschappen en konsten te oeffenen oorboir geacht hebb‾e. Welcke wegh dan van yder voorsichtichste en tot hogere dingen gebooren een-mael met ernst ingegaen zijnde, so heeft men oock tot verwonderens toe, met wat voor groote vrucht die, so in andre Studien wel te leeren, als in de voortreffelijckste ampten geluckelijck te bedienen, voortgegaen zijn, t'allen tijden vermerct. So ick, Voortreffelijckste Heer, op U sie, aen wien ick dese oeffeningen hebbe willen op-offeren, so en behoef ick alhier geen andre getuygen, aengesien U.E. meermaelen, hoe grootnuttigheden uyt dese weetenschappen spruyten, door u deftich oordeel en voorsichtigen raedt, bewesen hebt. Dit selve betuyght oock U.E. bysondre genegentheyt tot dese Konsten, door welcke U.E. niet alleen tottet diepste daer in over-lang gekomen is, en alsnoch in deselve, als het uwe wichtiger besigheden toelaten, U t'oeffenen, vermaeck schept; maer self oock een bestendiger geleertheyt sodanig begonstigt; dat U.E. de geene, die deselve met yver voort-setten, met uytnemende beleeftheyt bestraelt, ende met veele eeren-tijtels verheft. Waer van daen dan komt, dat U.E. in uwe andre hooger Studien tot noch toe uw'verstandt met sodanig een beleyt hebt weeten te bestueren, sulcx dat de verstandichste U.E. daer over eenpaerlijck toe juychen. Vorders hoe verre u voorsichticheyt in het uytvoeren der saecken te strecken komt, getuyght de vlugge Faem van uw vermaerde Naem, dewelcke uwe deuchden over al verkondigende en die door het Hoff verspreydende met recht
den