Gegeven werkstuk II.a

Gegeven zijn twee punten A en B, lijn AB, punt C op lijn AB, punt D buiten lijn AB met ∠ADB  = 90° en lijn BD. Punt E ligt op lijn AD met AD × AE = AB × AC (dwz
AD=AC
ABAE
).

Meetkundige plaats

Cirkel ACE is de meetkundige plaats van alle punten P met als eigenschappen dat er een punt Q is op lijn BD, dat punt P op lijn AQ ligt en dat AQ × AP = AB × AC.

Beweging

Als punt Q over lijn BD beweegt, dan beweegt punt P over cirkel ACE zodanig dat de punten A, P en Q op één lijn liggen en dat AQ × AP = AB × AC.

Bijzonderheden

Bewijs

Omdat driehoek BAD en EAC de overstaande hoek gemeenschappelijk hebben en de aanliggende zijden tot elkaar staan in dezelfde verhouding, is ∆BAD een vergroting van ∆AEC en dus is ∠ADB = ∠ACE en en ∠ABD = ∠AEC.