vlacken diese besluyten: aengesien die kennis tottet vinden der swaerheyts middel-punten van deselve vlacken seer vorderlijck is, en d'een aen 'd ander hangt.
Eyndelijck op dattet niet en soud gebreecken, het welck tot dese materie schijnt te behooren, so heb ick'er oock by gevoeght de overeen-koming dieder is tussen rechte en scheeve vlacken, besloten van rechte en kegelsche linien. In welckers bewijsen ick dan den Leser verwitticht wil hebben, dat ick, kortheyts halven de *manier der Ondeelbaere, die den scherpsinnigen en seer vernuftigen Bonaventura Cavallerius gevolgt heeft, bekent stelle, schoon ick dat oock anders had konnen doen blijcken.
Wat nu belangt, de beschrijving van andre kromme linien van hooger geslacht te betoonen, 't selve en is ons voorneemen niet geweest, also wy die liever en met recht aen die voortreffelijcke Mannen, als d'Heer Des Cartes, d'Heer Fermat, Raetsheer in't Parlament te Tholouse, en d'Heer Roberval, des Conings Professor in de Wiskonsten tot Parijs, hebben willen overlaten. Dewelcke daerenboven desers raeck-lijnen, vierkantingen, en swaerheyts middelpuntten gevonden hebben, waer door sy de Geometrie wonderlijck souden konnen verrijcken; doch diese (mijns oordeels) niet lichtelijck aen den dach brengen sullen, ten zy haer die door 't aenraden en bidden van de Liefhebbers deser Konsten tot welstant der Studien af-geperst worden.
Weshalven dan, Beminde Leser, so wy bevinden dese eerstelingen van onsen arbeyt u aengenaem te sullen wesen, so sult ghy ons aenmoedigen om Apollonii Geometrie van de Vlacke Plaetsen, en andre Tractaten, eer lang, met Godes hulp, uyt te geven; en om't geen wy aengaende de beste wijz van Sterckten-bouwing alreede bedacht hebben, te voltrecken. Gebruyckt dit ondertussen tot u profijt, en vaert wel.
TRAC