- Hoemen op een rechte linie wt
een punt in de selve, een perpendiculaer
sal stellen.
- Hoemen op een rechte linie, wt
een punt buyten de selve,
een perpendiculaer sal laten vallen.
- Als een rechte linie op een ander
rechte linie valt, dan zijn de houcken
aen beyde sijden, recht, ofte tsamen
twee rechte houcken gelijck.
- So op't eynde eener linie, twee
ander rechte linien van beyde sijden,
t'saemen comen, also dat sy twee
houcken maecken, t'saemen twee
rechte houcken gelijck: dan sullen
deze linien malcander rechtelick
ontmoeten.
Is een gevolch der 13.
- So twee rechte linien malcander
doorsnijden, sullen de teghenover
staende houcken gelijck zijn.
- Als een sijde eens triangels
verlengt wert, dan is den wtwendigen
houck meerder,als d'een of d'ander
teghenover staende inwendighen
houck.
17.Van