Dese is een ander manier als de voorgaende,
om te weten of twee linien parallel zijn.
- So een rechte linie, op twee ander
rechte parallel linien valt, dese
maeckt de teghenoverstaende
verwisselde houcken gelijck, ende den
wtwendigen op de selve sijde,
ghelijck met sijn tegenoverstaende
inwendige: ende beyde inwendighe
op eene sijde, gelijck met twe rechte
houcken.
Is de contrarie beyder voorgaende
Propositien.
- Alle linien, die teghen eene linie
parallel zijn, zijn onder malcander
parallel.
- Door een punt, een rechte linie
te trecken, parallel met een ander
rechte linie.
- In alle triangels, een sijde verlengt
zijnde, is den wtwendigen houck,
gelijck beyde tegenoverstaende
inwendighe houcken: ende de drie
houcken des triangels, zijn tsaemen
twee rechte houcken gelijck.
Hier door wert, als twee houcken eens
trian-