Schets bij opdracht 18

|
Uitwerking Opdracht 18
Gegeven is driehoek ABC
met punt P op zijde AB
en punt Q op zijde AC
waarbij |BP| = |BQ|
en punt S het snijpunt van de lijnen uit de punten P en Q loodrecht op de overstaande zijde
waarbij de punten R en T de voetpunten zijn.
Bewijs dat |PS| = |QS|.
- Gegeven is:
- driehoek ABC
- de punten P, Q, R, S en T
waarbij |BP| = |BQ|
- Te bewijzen:
- De driehoeken TBQ en RPB hebben beide een rechte hoek en hebben hoek B gemeenschappelijk (gegeven).
Daarom zijn ze gelijkhoekig.
Omdat gegeven is dat de overeenkomstige zijde even lang is, |BP| = |BQ|,
daarom zijn beide driehoeken congruent
en dus |PR| = |QT|
en ook |BT| = |BR|.
- Omdat |BP| = |BQ| (gegeven)
en omdat |BT| = |BR| (stap 1)
daarom |PT| = |QR|.
- De driehoeken PTS en QRS hebben beide een rechte hoek
en ook de overstaande hoek in punt S is even groot
en ook de overeenkomstige zijde is even lang (stap 2),
daarom zijn ze congruent
dus |PS| = |QS|.
- Conclusie: |PS| = |QS|.
☐
|
|