www.fransvanschooten.nl

4 vwo wiskunde B

Rechte Hoeken

Hoofdstuk 5


Schets bij opdracht 27


Uitwerking Opdracht 27

Van vierhoek ABCD is ∠B = ∠D = 90° en |AB| = |BC|.
Op het verlengde van zijde DC aan de kant van punt C ligt punt E met |AD| = |CE|.
Te bewijzen is dat |BD| = |BE|.

  • Gegeven is:
    • vierhoek ABCD
    • |AB| = |BC|.
    • B = ∠D = 90°
    • punt E in verlengde van zijde DC aan de kant van punt C
    • |AD| = |CE|.
  • Te bewijzen:
    • |BD| = |BE|.

De constructie is een puzzel op zich. Als je de stelling van Thales kent dat alle punten op de cirkelrand met middellijn AC een hoek van 90° maken, dan kun je de constructie maken. Daarom zijn punt M, het midden van lijnstuk AB en de cirkelboog AC opgenomen in de werktekening.

  1. Omdat ∠A + ∠B + ∠C + ∠D = 360° en omdat ∠B = ∠D = 90°
    daarom ∠A + ∠C = 180°
    en dus is de buitenhoek in punt C gelijk aan ∠A oftewel ∠BAD = ∠BCE.
  2. Omdat |AB| = |BC| (gegeven)
    en omdat ∠BAD = ∠BCE (stap 1)
    en omdat |AD| = |CE| (gegeven)
    daarom is ∆ABD congruent aan ∆CBE,
    en dus zijn de overeenkomstige zijden even lang, met name |BD| = |BE|.
  3. Conclusie: |BD| = |BE|.

top