www.fransvanschooten.nl

Posters

Over de belangrijkste personen en onderwerpen rondom Frans van Schooten zijn posters gemaakt voor in de klas.

Posters

Tachtigjarige Oorlog

Frans Junior is geboren in 1615, halverwege de tachtigjarige oorlog, de opstand van de Nederlanden tegen Spanje en Filips II. Zijn familie vluchtte in 1584 uit Vlaanderen en vestigde zich als bakker in Leiden.

Opstand

Universiteit

Leiden heeft het Spaanse beleg in 1573/1574 doorstaan. Het jaar erop kreeg het een universiteit. Daar werd wiskunde in het Latijn onderwezen.

Leiden

Ingenieursschool

Prins Maurits had rekenaars, landmeters, kaartenmakers en vestingbouwers nodig op zijn veldtochten. Die werden in Leiden opgeleid aan de Ingenieurs­school.

Ingenieursschool

Gouden Eeuw

Frans Junior gaf les in de tijd van de Gouden Eeuw met Rembrandt, Huygens, de Ruijter en de VOC.

Huygens

Molhuysen

DBNL, de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren, heeft het Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek online gezet. Dat is rond 1930 geschreven onder redactie van P.C. Molhuysen en P.J. Blok. Hierin staan biografien van zowel Frans Senior als Junior als Pieter.

biografie Senior

biografie Junior

biografie Pieter

ING, Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, biedt ook de digitale transcripties.

biografie Senior

biografie Junior

biografie Pieter

Rond 1910 heeft Molhuysen de archieven van de resoluties van de curatoren van de leidse universiteit doorzocht. Resultaat is het naslagwerk Bronnen tot de Geschiedenis van de Leidsche Universiteit. Op deze website staat een volledige en integrale selectie van alle fragmenten betreffende de familie van Schooten.

Bronnen …

BWNW

Het Biografisch Woordenboek van Nederlandse Wiskundigen (BWNW) is een wetenschappelijk naslagwerk met korte levensbeschrijvingen. Deze biografieën zijn geschreven door deskundige auteurs.

BWNW

Frans van Schooten Jr (1615-1660)

Frans van Schooten Junior is geboren in 1615. Dat was midden in de tachtigjarige oorlog, de opstand van de Nederlanden tegen Spanje en Filips II. Ook was het de "Gouden Eeuw". Toen namen de Nederlandse handel, wetenschap, kunst en militaire macht een toppositie in.

Frans van Schooten Junior

Frans Junior was docent Wiskunde, net als zijn vader, en zijn halfbroer Pieter.

Wiskunde Familie

Frans Junior zag het belang in van de vernieuwende wiskunde van Descartes. Die schreef voor zijn Discours de la Methode een bijlage La Géométrie. Frans van Schooten perfectioneerde deze bijlage.

La Géométrie

Frans Junior stimuleerde talentvolle mensen om hem heen, zoals Christiaan Huygens.

Uitleg

Frans Junior kende zijn talen en schreef goede boeken. Zijn eigen levenswerk is de"Mathematische Oeffeningen".

Literatuur

 

 

Landmeters

Frans van Schooten Senior en Junior zijn ook landmeter. In Museum Boerhaave is een instrument bewaard met het wapen van Frans van Schooten Junior. Het is het landmeter instrument van die tijd: de Hollandse Cirkel.

Museum Boerhaave

SchoolTV Beeldbank

Korte video fragmenten over vestingwerken, de Beeldenstorm en Huygens.

TV: Beeldenstorm

TV: Vestingstad

TV: Huygens uitvinder

TV: Huygens slingerklok

 

Frans van Schooten Senior

Frans van Schooten Senior is de vader van Frans Junior. Hij studeerde wiskunde. Eerst was hij assistent bij Ludolf van Ceulen op de Ingenieurs­school. Later volgde hij hem op als docent.

Frans Sr

Descartes

Descartes bedacht nieuwe wiskunde om kegelsneden en krommen met algebra te onderzoeken.

La Géométrie

Europa

Vanwege de geloofsvrijheid trokken protestanten vanuit heel Europa naar de Republiek.

Protestanten

Docent

Frans van Schooten Junior was docent. Hij stimuleerde talentvolle mensen om hem heen, zoals Christiaan Huygens.

Uitleg

Auteur

Frans van Schooten Junior was produktief. Als man van de wetenschap schreef hij boeken en verzorgde vertalingen.

Literatuur

Planetoïde

Een planetoïde in ons zonnestelsel is vernoemd naar Frans van Schooten Junior.

NASA

Wikipedia

Geschiedenis van de wiskunde staat op wikipedia.

review

Wikipedia


 

Tachtigjarige Oorlog

Frans Junior is geboren in 1615, midden in de tachtigjarige oorlog, de opstand van de Nederlanden tegen Spanje en Filips II. Aanleiding is de Beeldenstorm. Oproerkraaiers vernielden kerken en protestanten verjoegen priesters. De oorlog begon in 1568 met de komst van Alva naar het opstandige Vlaanderen. De oorlog duurde tot 1648. Toen werd een vredesverdrag met Spanje gesloten. De geschiedenis van de familie Van Schooten begon ergens rond 1580. Spaanse huursoldaten maakten Vlaanderen onveilig en belegerden de opstandige steden. De inquisitie veroordeelde protestanten als ketter tot de brandstapel. Mensen ontvluchtten het geweld. Zo vertrok in 1584 de opa van Frans van Schooten Junior uit Vlaanderen naar Leiden.

Veel steden werden belegerd, eerst door Spaanse legers, daarna door de Staatse troepen onder leiding van Prins Maurits en Prins Frederik Hendrik. Sommige steden gaven zich over, maar anderen houden maanden lang stand. De stad Leiden weerstond het Spaanse beleg in 1573. In 1574 werd de stad door de watergeuzen ontzet. Het kreeg in 1575 als eerste Hollandse stad een universiteit.

Belegeren ging zo. In het voorjaar omsingelde het leger een stad. De stad kreeg dan geen eten of hulp van buiten meer. Soldaten maakten wallen, legden schansen aan en groeven loopgraven. Met kanonnen schoten ze op de stadsmuren. Via onderaardse gangen probeerden ze een ton buskruit onder de muren van de stad te laten ontploffen. Als dat lukte, gaf een stad zich over uit angst voor een stormloop, gevolgd door moord en plundering van de stad. In de winter was het te nat en te koud voor de belegeraars. Zo ontstond een wedstrijd tegen de tijd: werd de stad voor de winter ingenomen of hield de stad het beleg vol tot de belegeraars in november vertrokken. De Spaanse verdediger van Steenwijk, Antonio Coquel, zei dat hij niet bang was voor de kanonnen van Prins Maurits, maar wel voor zijn mollen. Voor al dat graafwerk had Prins Maurits bekwame landmeters en rekenaars nodig. Daarom kwam er in 1600 in Leiden een ingenieursschool. Frans Senior en Frans Junior waren daar docent wiskunde.

tachtig jarige oorlog

Beleg van Steenwijk

poster: Prins Maurits

Oostende verloren, Sluis gewonnen, 1604

Nederlands Instituut voor Militaire Historie

1637 Beleg van Breda

Breda was een rijke, Brabantse stad. Willem de Zwijger was baron van Breda. De stad is vijf maal belegerd door Spaanse en Staatse legers. De derde keer is de stad bij verrassing ingenomen met een turfschip. Dat was in 1590. De vijfde keer, in 1637, kostte het veel meer moeite. Prins Frederik Hendrik belegerde de stad maandenlang met een groot leger. Hij liet kilometers lange wallen, loopgraven en tunnels aanleggen. Na zware gevechten gaf de stad zich over.

Universiteit

Leiden heeft in 1573 en 1574 dapper stand gehouden tegen de Spaanse belegeraars. Daarna kreeg het van Prins Willem van Oranje, bijgenaamd Willem de Zwijger, een universiteit. Het werd de eerste protestantse universiteit. Franeker, Harderwijk en Utrecht volgen later. Belangrijke vakken waren theologie, rechten en medicijnen. De opleiding tot predikant had prioriteit. Er kwamen hoogleraren voor de protestantse opleiding tot predikant. Daar leerde je Grieks, Latijn, Hebreeuws en Arabisch.

Ook wiskunde kon je in Leiden studeren. Hoogleraren waren eerst vader en zoon Rudolph en Willibrord Snel van Royen en later Jacobus Golius. Willebrord was een veelzijdig geleerde. Hij is bekender onder zijn Latijnse naam Snellius. Van hem is de wet van Snellius over de breking van het licht. Als hoogleraar Wiskunde hield hij zich bezig met het maken van berekeningen binnen driehoeken. Voor landmeters is hij de man van de driehoeksmeting. Hij heeft als eerste de afstanden berekend tussen de Nederlandse steden. Ook heeft hij een redelijke schatting gemaakt van de omtrek van de aarde. Hij vertaalde Stevin's Wisconstighe Gedachtenissen in het Latijn: Hypomnemata Mathematica.
Hieronder staat een foto (Museum Boerhaave) van het quadrant waarmee Snellius de hoeken opgemeten heeft. Het is gemaakt van hout en messing en de straal is twee meter lang!

Frans Senior studeerde in Leiden vanaf 1612. Daarnaast was hij docent aan de Ingenieurs­school. Zijn collega op de universiteit was de arabist en mathematicus Jacob Gool. Frans Senior trouwde in 1625 met een nicht van Gool. Gool was ook oprichter van de Leidsche sterrenwacht. Hij was een leerling van Willebrord Snellius en gaf later zelf als professor college aan Descartes en aan Van Schooten Junior. Gool vertaalde veel werken uit het Arabisch naar het Latijn, waaronder werken van Apollonius van Perga.. In 1631 schreef Frans Junior zich in als student. Pas in 1653 kwam Frans Junior in aanmerking voor een betaalde betrekking aan de universiteit.

DBNL: Geschiedenis van de natuurwetenschap in Nederland 1580-1940

DBNL: Groepsportret met Dame I, Het bolwerk van de vrijheid. De Leidse universiteit, 1575-1672

kegelsneden

Wikipedia: universiteit Leiden

DBNL: biografie Molhuysen over Rudolph Snellius

DBNL: biografie Molhuysen over Willebrord Snellius

DBNL: biografie Molhuysen over Golius

Museum Boerhaave: quadrant

Ingenieursschool

Prins Maurits had administrateurs, rekenaars, landmeters, kaartenmakers en vestingbouwers nodig. Daarom wilde hij een ingenieursschool. De opzet van het wiskundeprogramma is geschreven door Simon Stevin. Een brief hierover is nog bewaard. De school startte in 1600 met wiskundeles in het Nederlands door Ludolf van Ceulen en Simon Fransz van Merwen. Dat noemden ze de "Duytsche Mathematique". Zij werden opgevolgd door achtereenvolgens Frans van Schooten Senior, Frans van Schooten Junior en zijn halfbroer Pieter. De ingenieursschool werd ondergebracht in een leegstaand klooster, de voormalige Faliede Bagijnkerk, vlak bij het Rapenburg en de Pieterskerk. Daarboven was de universiteitsbibliotheek. Die ruimte was ook verhuurd aan Ludolf van Ceulen die er schermles gaf. In het protestantse Holland stonden veel kloosters leeg omdat de katholieken al dan niet vrijwillig vertrokken waren.

poster: Simon Stevin

poster: Ludolf van Ceulen

Stevin en de Ingenieursschool

DBNL: Otterspeer, De ingenieursschool

BWNW: Biografisch Woordenboek van Nederlandse Wiskundigen

DBNL: beschrijvinge der Stadt Leyden

DBNL: Bouwstoffen

KNAW: Onderwijs in de vestingbouw

Het kerkgebouw linksonder is de Faliede Bagijnkerk.

Gouden Eeuw

De 17de eeuw was voor de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een Gouden Eeuw. Nederland was economisch en militair een grootmacht. De Nederlandse vloot voer over alle zeeën en de marine was oppermachtig. Zeeslagen werden gewonnen en Piet Hein veroverde de zilvervloot. De VOC werd opgericht. Kooplieden verdienden een vermogen met de handel in graan, haring, slaven en specerijen. Polders werden drooggemalen en de industrie kwam op. Kunstenaars als Rembrandt en Vermeer schilderden hun topstukken.
Wetenschap bloeide. Christiaan Huygens was een van de belangrijkste wetenschappers van zijn tijd. Andere geleerden waren de medicus Tulp, de botanicus Boerhave, de wiskundige Snellius, de filosoof Spinoza, de theologen Vossius en Armanius en de jurist Hugo de Groot.

Wikipedia: Piet Hein en de zilvervloot

Christiaan Huygens

Christiaan Huygens was een van de belangrijkste wetenschappers van zijn tijd. Hij ontdekte de maan Titan bij Saturnus in 1655 en vond in 1656 het slingeruurwerk uit. Formules maakte hij voor allerlei kromme lijnen: de valbeweging, de slingerbeweging, de cycloïde, de kettinglijn en de sleeplijn.
Zijn opa was Christiaan Huygens, topambtenaar en privé-secretaris van prins Willem de Zwijger. Constantijn Huygens, zijn vader, was ook topambtenaar, secretaris van prins Maurits en prins Frederik Hendrik. Christiaan, geboren in 1629, ontpopte zich als wetenschapper. Descartes schreef in 1644 aan zijn vader een brief waarin hij "le Sieur Schooten" aanbeveelde als leraar wiskunde voor Christiaan en zijn broer. Christiaan heeft hem als kind vast ontmoet, maar zijn bewondering van Descartes stoelde op zijn geschriften. Die las Christiaan pas na zijn dood. Samen met Frans van Schooten Junior was hij een kritisch verdediger van de vernieuwende ideëen van Descartes.
Christiaan was geniaal. Hij verdiepte de wiskunde om zijn natuurkundige theorie te ontwikkelen. Het slingeruurwerk is door hem ontworpen en theoretisch onderbouwd. De combinatie van praktisch experimenteren en theoretisch bewijzen was zijn kracht. Christiaan bleef zijn hele leven corresponderen met zijn leraar Frans van Schooten Junior. In 1657 schreef hij bijvoorbeeld dat hij onlangs een nieuwe constructie uitgevonden heeft van een klok die zo regelmatig loopt dat de kans groot was dat daarmee de positie op zee bepaald kon worden. In die tijd was dat een belangrijk vraagstuk. Alle europese staten loofden grote beloningen uit aan wie dat kon: de lengtegraad op zee bepalen.
Van 1666 tot 1681 woonde en werkte hij in Parijs als voorzitter van de "Academie des Sciences" onder Lodewijk XIV, de Zonnekoning.
In zijn boek Cosmotheoros verdedigde hij de theorie van Copernicus. Net als Bruno, beweerde hij dat het mogelijk was dat op andere planeten redelijke wezens wonen. Bruno is er in Rome in 1600 voor gestorven op de brandstapel, Galilei moest van de paus zijn woorden terugnemen, maar Huygens kon dat eind 17de eeuw in de Republiek vrij zeggen.

vrijheid van drukpers

poster: Huygens

aanbeveling Descartes

Correspondentie Huygens

BeeldbankTV: Huygens uitvinder

BeeldbankTV: Huygens slingerklok

Wiskunde zit in de familie

Frans van Schooten Senior was docent wiskunde, zijn eerste zoon, Frans Junior, was het en zijn tweede zoon, Pieter, ook. Na elkaar waren ze docent aan de Ingenieurs­school, van 1610 tot 1679.

Familie van Schooten

Frans van Schooten Senior is geboren tussen 16 februari 1581 en 15 februari 1582 in Nieuwkerke (West Vlaanderen). In 1584 vluchtte zijn vader voor de Spanjaarden en vestigde zich in Leiden als bakker. Op 4 mei 1584 is zijn vader in Leiden als poorter ingeschreven. In oude documenten heette zijn vader Frans van Schooten of Frans van Schoten of Frans Verschooten. In 1587 werd zijn broer Joris van Schooten geboren in Leiden. Die werd kunstschilder. Zijn werken hangen in de Lutherse kerk in Leiden en in musea.

Frans Senior trouwde in 1609 met Jannetgen Haermansdr. van Hogenvorst uit Delft. Zijn naam is in het trouwboek geschreven met één o: van Schoten. Hun zoon Frans Junior werd geboren op 15 februari 1615 of op 15 mei 1615. Op 14 februari 1625 is Frans Junior in Leiden als wees ingeschreven, vermoedelijk omdat hij minderjarig was. Enkele weken later hertrouwde Frans Senior met Maria Gool. Dat was op 31 maart 1625. Zij was familie van zijn collega Jacob Gool. Hun zoon Pieter werd in 1634 geboren. Frans Senior overleed op 11 december 1645.

Over de jeugd van Frans Junior is weinig bekend, over zijn latere privé-leven evenmin.

Frans Junior trouwde laat. Hij was toen al 37 jaar oud. Het huwelijk met zijn huishoudster Margaritgen Wijnants uit Meppen is ingeschreven op 19 juli 1652. Ze hadden in 1649 al een gemeenschappelijk testament. Ze woonden in de Herensteeg. Die straat bestaat nog steeds en kijkt uit op de Pieterskerk. Over kinderen is niets bekend. Frans Junior overleed op 29 mei 1660, tenminste dat staat in de archieven. Zijn broer Pieter noteerde echter 30 mei als datum van overlijden.

In het Leids Archief zijn de oorspronkelijke huwelijks­aantekeningen terug te vinden. Ook zijn er oude tekeningen, afschriften van testamenten, de afwikkeling van erfenissen en correspondentie.
Ook ligt daar een voorstel tot fortificatie van de stad Leiden van de hand van Pieter

archiefmateriaal

Leids Archief

Frans van Schooten Senior

Frans Senior leerde landmeten en wiskunde. Voor 1610 werd hij assistent bij Ludolf van Ceulen aan de Ingenieurs­school. Van Ceulen overleed in 1610, maar pas in 1615 kreeg Frans Senior een vaste aanstelling. Frans Senior schreef zich op 15 februari 1612 in als student. Toen was Rudolph Snellius hoogleraar aan de universiteit en toezichthouder bij de examens op de ingenieursschool. Zijn zoon Willibrord Snellius volgde hem in 1613 op. Na de dood van Willibrord Snellius in 1626 volgde de arabist en wiskundige Jacob Gool hem op.

Van Frans Senior zijn twee boeken bekend. In 1617 verscheen De propositien vande xv. Boucken der Elementen Euclidis Zijn andere boek, De Tafelen van Sinus, Tangens, ende Secans, op den radius van 10000000 gaat over sinus tabellen, met een inleiding over het gebruik daarvan. De eerste druk was bij Willem Jansz Blaeu, Amsterdam 1627. Het boek is vertaald in het Frans en Duits en later herdrukt vanwege de goede uitleg. Exemplaren liggen in verschillende universiteits­bibliotheken, bijvoorbeeld GN586 in Groningen.
Ook zijn er manuscripten van zijn hand in universiteits­bibliotheken aanwezig, bijvoorbeeld BPL626 in Leiden. Op grond van manuscripten is het aannemelijk dat zijn zoons werkten met zijn lesmateriaal. Behandeld werden onder meer de proposities van Euclides, basisconstructies met passer en liniaal, vestingbouw, landmeetkunde en goniometrie.
Waardevol is een plattegrond met de omgeving van Bergen op Zoom. Deze tekening is gesigneerd door Frans van Schooten Senior en opgenomen in een atlas van Blaeu.

poster: Frans Sr

DBNL: D. Bierens De Haan: Handschrift van Franciscus van Schooten

DBNL: biografie Molhuysen over Senior

De propositien vande xv. Boucken

De Tafelen van Sinus, Tangens, ende Secans

manuscript BPL626

manuscript GN586

archief Leiden: atlas Blaeu (bladzijde 210)

Frans van Schooten Junior

Drie mensen zijn belangrijk voor de wetenschappelijke carrière van Frans Junior: zijn vader, Descartes en Huygens.

Op 15 mei 1631 schreef hij zich in als student aan de universiteit. Hij was toen 16 jaar oud. Hij volgde colleges bij Jacob Gool, professor in het Arabisch en in de Wiskunde. Gool introduceerde Frans Junior in 1632 bij Descartes. Frans Junior had talent. Hij kon Frans en Latijn lezen en schrijven, was goed in wiskunde en kon aardig tekenen. Hij heeft een portret gemaakt van Descartes. Dat is opgenomen in een van zijn boeken, de Geometria. Descartes werkte aan een nieuwe manier van wiskunde: meer algebra en minder meetkunde. Frans Junior heeft zijn manuscripten gelezen, verbeteringen voorgesteld en illustraties gemaakt. Je kunt zeggen dat Descartes hem op het spoor heeft gezet van wiskundige vernieuwingen.

Toen Frans Junior 25 jaar was, maakte hij een "Grand Tour" naar Frankrijk en Engeland. Vooraf maakte hij afspraken met de drukker Elzevier. In die periode, 1641 - 1643, kopieerde hij handschriften van belangrijke wiskundigen als Viète en Fermat. In het vijfde boek van de Mathematische Oeffeningen, Afdeelingen van Gemengde Stoffe, gaf hij enkele aanwijzingen.
Parijs: Claudius Mylon
Dublin: Willem Purser
Viète Opera Mathematica

Descartes adviseerde de vader van Christiaan Huygens om zijn zonen wiskunde te laten studeren bij Frans Junior. Christiaan Huygens was vanaf 1645 student aan Leidse universiteit. Hij kreeg privéles van Frans Junior.

Na de dood van zijn vader in 1645 volgde Frans Junior hem informeel op aan de ingenieursschool. Brieven zijn bewaard waarin Frans Junior de vader van Christiaan Huygens vroeg om zijn invloed aan te wenden dat hij zijn vader officieel mag opvolgen. Het docentschap kreeg Frans Junior op 8 februari 1646. Zeven jaar later, vanaf 1653, verzorgde Frans Junior ook colleges aan de Leidse universiteit.

DBNL: correspondentie Huygens (4230)

DBNL: correspondentie Huygens (4267)

DBNL: correspondentie Huygens (4369)

DBNL: biografie Molhuysen over Junior

biografie Nieuwenhuis (1840)

Kennislink

Docent

Frans van Schooten Junior was een docent die goed kon schrijven. Zijn levenswerk, de"Mathematische Oeffeningen", kun je zelfstandig lezen. De uitwerking van de eerste opdracht is heel uitgebreid. (zie bladzijde 122). Frans greep die aan om de beginselen van het redeneren met driehoeken uit te leggen. Hierin herken je de docent die met pakkend probleem de lesstof tot leven brengt. Frans leidde de lezer door de basisbegrippen van de De Elementen van Euclides. Vanuit die opdracht verwees hij naar de relevante aannames, inzichten en stellingen. Frans nam kleine stapjes. Hij legde de meetkunde van Euclides heel zorgvuldig uit. Hij begon met de vanzelfsprekende stellingen uit het eerste boek en eindigde met de meer complexe in het vijfde en zesde boek. Wie de moeite neemt om zijn uitleg te doorgronden, is na afloop ingewijd in de klassieke euclidische meetkunde.

Frans Junior was privéleraar voor Christiaan Huygens en zijn broer. Ook gaf hij privé-onderwijs aan Johan de Witt, Johan Hudde en Hendrik van Heuraet. Deze mensen hebben grote verdiensten voor de maatschappij. Johan de Witt was twintig jaar raadspensionaris, Johan Hudde twintig jaar burgemeester van Amsterdam. Christiaan Huygens groeide uit tot een van de grootste geleerden van zijn tijd. Hun hele leven hebben ze met Frans Junior over wiskunde gecorrespondeerd. Frans Junior heeft hun bijdragen opgenomen in de boeken waar aan hij werkte.

artikel: correspondentie met Huygens

poster: Frans Jr

poster: Euclides

Kennislink: korte biografie

Kennislink: Descartes en zijn profeten

Wikipedia: Frans Jr

Vermaeckelijckheden

En in die Kercke, waer de Engelsche nu predicken, in dit Bagijne-Hoff, worden alle dagen, behalven 'sWoensdaeghs en Saterdaeghs van elf tot twaelf uuren, openbare Lessen gedaen inde Neerlandsche Tael, in de Mathematische Konsten tot gerief van alle ongeletterden, als Metselaers, Timmer-luyden, en diergelijcke meer; die haer dan met hoopen in die tijdt hier vinden; sonder mantels, maer met hare stocken, en schootsvellen, etc. versien; dat dan seer kluchtigh om sien is. Den professor, die duytsche lessen voor haer doet, evenwel in sijnen gewoonlijcken aensienlijcken Professors- Tabbaert, ofte Rock (soo wel als alle de andere Latijnsche Professoren de hare doen), is den Hoogh-geleerden, en Wijdt-vermaerden D. Franciscus van Schooten'.

Bron: J. de Parival, De Vermaeckelijckheden van Hollandt, Oostendorp, Amsterdam, 1661
Uit de kring van Rembrandt en Vondel

Literatuur

Frans van Schooten Junior was zeer produktief. Als man van de wetenschap schreef hij boeken en verzorgde vertalingen. Hij kwam in 1646 met een boek van het werk van de Franse wiskundige Viète: de Viète Opera mathematica.

Frans heeft in 1646 een boek gepubliceerd met eigen werk, de Organica conicarum sectionum in plano descriptio.

Descartes schreef in 1637 de Géométrie. Frans van Schooten heeft het manuscript gelezen en van commentaar voorzien. Ook heeft hij enkele illustraties verzorgd. Voor Descartes was het slechts een bijlage bij een dik filosofisch boek. Voor Frans was het wiskunde en het begin van een langdurig project. Hij verrijkte het, vulde het aan, vertaalde het uit het Frans naar het Latijn: de Geometria. Zijn eerste versie verscheen in 1649 en een tweede in 1659. Ook na zijn dood is het herdrukt.

Zijn levenswerk is de"Mathematische Oeffeningen". Dat werd kort voor zijn dood in 1660 uitgegeven. Deze website is gewijd aan het tweede deel uit die"Mathematische Oeffeningen".

Literatuurlijst

Geometria (1659)

Mathematische Oeffeningen

Exercitationum Mathematicarum

 

Pieter van Schooten

Pieter was de halfbroer van Frans van Schooten Junior. Pieter volgde hem op aan de ingenieursschool. Ook heeft hij de uitgave van Geometria in 1661 afgerond. Onbekend is of hij verbonden is geweest aan de universiteit. Over hem weten we nog minder dan over zijn vader of broer. Wel kennen we zijn verzoek om les in het Latijn te mogen geven. Ook heeft hij de steden Utrecht en Leiden geadviseerd over hun vestingwerken. Pieter overleed op 30 november 1676. Op onderstaande gravure laat hij zich zien als wetenschapper. Opvallend zijn de statussymbolen van die tijd: een rijk gevulde boekenkast en een wereldbol.

Wiskunde

Wiskunde had twee gezichten. Enerzijds was het een nuttige, profijtelijke vaardigheid, anderzijds was het een spannend intellectueel spel. Handelaren rekenden hoeveelheden en geldbedragen om in de verschillende eenheden van die tijd. Bankiers rekenden interest. Rekenen in het tientallig stelsel brak door, dankzij het boek van Simon Stevin, De Thiende. Landmeters berekenden afstanden met de sinusregel. Daarbij gebruikten ze sinustabellen. Zijn vader, Frans Senior, schreef hiervoor een populair boek. De aarde is een bol. Voor het uitrekenen van grotere afstanden zijn trigonometrische berekeningen nodig. Ook die werden populair. Dit soort problemen staan bijvoorbeeld in het eerste boek van de"Mathematische Oeffeningen" en in de manuscripten van vader Frans Senior en halfbroer Pieter Van Schooten.

Wiskunde was ook een spannend intellectueel spel. Men was er van overtuigd dat God de wereld geschapen had volgens wiskundige principes. Oude boeken werden bestudeerd en vertaald uit het Arabisch en het Grieks. Nieuwe boeken werden gedrukt in het Latijn en Nederlands dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst.
Frans Junior bewonderde de logische opzet van het meetkunde boek van Euclides, "De Elementen". Sommige opdrachten uit de"Mathematische Oeffeningen" zijn praktisch en nuttig, maar andere opdrachten zijn vooral bedoeld om veel te vertellen over Euclides werk.

Mensen berekenden het getal π tot in veel decimalen achter de komma. Ludolf van Ceulen heeft 35 decimalen van het getal π uitgerekend. Die stonden gebeiteld op zijn graf in de Pieterskerk in Leiden. Het oorspronkelijke graf is verdwenen. Nu is er een monument.

Praktisch gezien heb je nooit 35 decimalen nodig. De afstand van de aarde naar de zon is 150 miljoen kilometer. Uitgedrukt in millimeters is dat een getal van 15 cijfers: dat betekent dat je nog 20 cijfers achter de komma moet zetten om een nauwkeurigheid van 35 decimalen te bereiken.


poster: Ludolf van Ceulen

Kegelsneden

Kegelsneden waren in die tijd een boeiend onderwerp. Ook nu is het onderdeel van het wiskunde B programma. Een kegel is een wiskundige figuur. Als je een kegel horizontaal doorsnijdt, krijg je een cirkel en een hyperbool als je die verticaal doorsnijdt. Als je een kegel schuin doorsnijdt, krijg je afhankelijk van de hoek een ellips of een parabool.

Kegelsneden kom je overal tegen. Planeten hebben ellipsvormige banen om de zon, satellietschotels hebben een parabolische vorm, beschuitbussen zijn cirkelvormig, het schijnsel van een lamp op een muur is hyperbolisch.

Simon Stevin

Simon Stevin werd in 1548 geboren in Brugge en kwam waarschijnlijk in 1581 naar Leiden. Hij studeerde daar toen Prins Maurits er ook studeerde. Hoe ze elkaar ontmoet hebben, is onbekend, maar we weten wel dat Stevin zijn hele leven voor de Prins gewerkt heeft.

Simon Stevin was een vernufteling: een uitvinder en een wetenschapper. Hij gooide twee loden ballen met verschillend gewicht van de toren van Delft. Volgens de traditie moest de zware bal het snelst vallen. Stevin beweerde dat ze even snel zouden vallen. Galilei en Newton bewezen dat Stevin gelijk had.

Simon Stevin werkte als kwartiermeester in het leger van de Republiek. Hij bemoeide zich met de administratie. Hij schreef richtlijnen voor over de manier waarop betalingen en verplichtingen opgeschreven moesten worden. Ondertussen schreef Stevin een groot aantal boeken in het Nederlands, in de eerste plaats over wiskunde, natuurkunde en techniek, maar ook over de Nederlandse taal, over logica en over staatsinrichting en administratie.

Stevins belangrijkste bijdrage aan de wiskunde was "De Thiende", zijn pleidooi voor de invoering van decimale breuken. Daarvoor waren er geen kommagetallen of decimale breuken.

Stevin vond het Nederlands de beste taal van de hele wereld. Hij heeft onze taal verrijkt met heel veel woorden. Van hem zijn de woorden "wisconst", "middellini", "omtreck" en "euewydighe". Mensen als Snellius en Van Ceulen hebben zijn werken vertaald naar het Latijn. Andere mensen zorgden voor vertalingen naar het Engels of het Frans. Zo is de invloed van Stevin veel groter dan het Nederlandse taalgebied.

BWNW: Biografisch Woordenboek van Nederlandse Wiskundigen

Kennislink: wiskunde in het NL

Kennislink: biografie

DBNL: Geschiedenis van de natuurwetenschap in Nederland 1580-1940

Wikipedia: Stevin

Wonder en is gheen wonder

www.wiskonst.nl

De Thiende

Valproef in Delft

Vrijheid van drukpers

Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van drukpers waren nog geen grondrechten in die tijd. De inquisitie veroordeelde ketters tot de brandstapel. Dat gebeurde overal in Europa. In het begin van de tachtig jarige oorlog zijn tienduizenden mensen ter dood gebracht, niet alleen in de Noordelijke Nederlanden maar juist in Vlaanderen. De wetenschapper Bruno, bijvoorbeeld, was in 1600 in Rome verbrand omdat hij beweerde dat de aarde om de zon draaide. Bruno geloofde dat er naast ons zonnestelsel nog veel meer zonnestelsels waren. Dat was in strijd met de Bijbel en dus werd hij als ketter op de brandstapel gezet. De beroemde wetenschapper Galilei woonde in die tijd in Italië. In 1633 moest hij voor de Inquisitie zijn uitspraken terugnemen. In Italië en andere katholieke landen kon hij geen drukker vinden voor zijn grote werk Discorsi. De Latijnse uitgave is uiteindelijk in Leiden gedrukt door de bekende uitgever Elzevier.

De situatie in Italië stond in groot contrast met die in de Noordelijke Nederlanden waar wel ruimte was voor nieuwe ideeën. Uit heel (protestants) Europa trokken studenten naar de protestantse Republiek. Holland was een toevluchtsoord voor protestanten uit de zuidelijke Nederlanden en voor iedereen die iets gedrukt wilde krijgen wat elders in Europa niet toegestaan was. Zo ontstond een klimaat waar ruimte was voor nieuwe gedachten.

tachtig jarige oorlog

Wikipedia: Bruno

Wikipedia: Galilei

www.amazon.com: Giordano Bruno, Philosopher/Heretic van Ingrid D. Rowland

Descartes

Descartes (1596-1650) is geboren in Bretagne. Hij volgde een klassieke opleiding en studeerde rechten. Een biograaf schreef dat hij zich vooral bezig hield met schermen, vrouwen en gokken. In 1618 sloot Descartes zich aan bij het leger van Prins Maurits. Tijdens het twaalfjarige bestand reisde Descartes verder door Europa, maar in 1628 vestigde hij zich definitief in de Republiek. Daar, in het vrije Holland, werkte hij zijn baanbrekende nieuwe ideeën uit. Hij zocht hartstochtelijk naar de waarheid, naar absolute zekerheden om daarop zijn levensbeschouwing te funderen. Het verstand is volgens hem de bron van alle kennis. Om orde in de chaos te brengen ontwikkelde hij een nieuwe wetenschappelijke methode. Hij breekt met het geloof dat iets waar is omdat Aristoteles het beweerd heeft, omdat de kerkvaders het beweerd hebben of omdat het in de Bijbel staat. Descartes kiest voor het vertrouwen in eigen waarneming en het eigen verstand om logisch na te denken.

Descartes schreef een boek, Discours de la Methode. Dat gaat over hoe je logisch denken moet, hoe je redeneren moet. Beroemd is zijn uitspraak: "Ik denk, dus ik besta". Als voorbeeld voegde hij een wiskundig essay toe: La Géométrie. Hier werd nieuwe wiskunde geïntroduceerd om kegelsneden en krommen te onderzoeken. Nieuw was het consequente gebruik van algebra als analytische methode om meetkunde te doen. Met deze aanpak werd het onderwerp "krommen" nieuw leven ingeblazen. Een ervan draagt zijn naam: "folium van Descartes" Constantijn Huygens heeft op dit gebied veel werk verzet.

Descartes verhuisde regelmatig, bijvoorbeeld naar Leiden. Daar ontmoette hij Frans van Schooten Senior en Junior. Hij publiceerde er in 1637. Descartes bleef in de Republiek tot 1649. Toen aanvaardde hij een uitnodiging van de jonge Zweedse koningin Christina. Helaas voor hem had zij een vol dagprogramma. Ze ontbood hem om vijf uur 's ochtends in haar bibliotheek. Het donker en de kou deden hem geen goed. Hij overleed, een jaar later, in 1650 aan een longontsteking.

Tegenwoordig noemen we Descartes de vader van de moderne filosofie.


poster: Descartes

Kennislink: Descartes en zijn profeten

wiskonst

Wikipedia: Descartes

Geometria (editie 1659: met portret van Descartes door Frans Junior)

Geometria (editie 1683 met portret van Descartes door Frans Junior)

Onderstaande postzegel heeft een spelfout: de naam van zijn boek is verkeerd gespeld. Het moet zijn "de la" in plaats van "sur la".


Hollandse Cirkel

Museum Boerhave heeft veel bijzonder instrumenten. Een instrument is de "Hollandse Cirkel". Daarmee konden landmeters heel nauwkeurig hoeken opmeten. Op dit exemplaar is het wapen van Frans van Schooten gegraveerd.

Landmeter Dou en de Hollandse Cirkel

Museum Boerhave

Scheepvaartmuseum: Snellius: één breedtegraad van de wereldbol telde 22.800 Rijnlandse roeden

Scheepvaartmuseum: Snellius: één breedtegraad van de wereldbol telde 22.800 Rijnlandse roeden